2

Indiana Jones and the Kingdom Of Who Gives A $#%&

ij

Achteraf een review schrijven van een blockbuster uit een welbekende franchise is niet makkelijk. Neem de Dark Knight. Ten eerste heeft iedereen de film waarschijnlijk al gezien, ten tweede is er weinig toe te voegen aan de vele reviews die al zijn geschreven. Als je dan ook nog eens niet al te veel unieke maar voornamelijk positieve dingen te zeggen hebt, waarom dan nog moeite doen om iets te maken waar niemand eigenlijk op zit te wachten?

Waar iedereen al wél jaren op zat te wachten was een Indiana Jones 4. En waarom ook niet? De trilogie is nog steeds zeer amusant en zal niet snel ouderwets of achterhaald voelen. Avontuur, spanning, smeltende gezichten… de 3 dingen die het leven interessant maken. Een nieuwe film die dezelfde energie en simpelweg fún van de vorige zou benaderen was een niet te missen vooruitzicht. Net als de Dark Knight dus een blockbuster in een populaire serie. Maar waarom kan ik hier dan wél makkelijk iets over neerpennen? Omdat het een stinkfilm is, that’s why!

Maanden terug, direct na de lichten in de bioscoopzaal weer aangingen vroeg de persoon naast me wat ik van Crystal Skull vond. Het beste wat ik zo snel kon bedenken was “een OK avonturenfilm, een slechte Indiana Jones film”. Maar dit wat onprettige teleurstellingsgevoel in mijn maag is zich in de loop der tijd, gevoed door mijn halfslachtig klaargemaakte avondeten, gaan ontwikkelen tot een middelvinger-vormige maagzweer. Indiana Jones is slecht, en dit wordt alleen maar duidelijker hoe meer ik er aan terugdenk.

Een van de issues is het feit dat meneer Ford niet meer de jongste is. Nu ben ik toch al tegenstander van doorwerken tot je 65e (omdat ik een luie nietsnut ben) maar een overtuigende Jones neerzetten als je voornaamste tegenstanders reuma en Alzheimers zouden moeten zijn in plaats van communisten gaat voor mij toch echt niet werken. Waar je vroeger zonder twijfel kon geloven dat Jones 5 minuten lang een afgetrainde Nazi naast een roterend vliegtuig probeerde uit te schakelen, zo voelen alle stunts en lichamelijke inspanningen nu hol en te gemakkelijk. Ben ik nu aan het zeiken over realisme in een Indiana freaking Jonesfilm? Mwah, deels. Plezier halen uit een avonturenfilm als deze komt voor mij persoonlijk uit een combinatie tussen suspension of disbelief en basiselementen die gegrond zijn in de werkelijkheid. Oude Indiana Jones is een man die zijn beste jaren/decennia al achter zich heeft. Dit had op vele interessante manieren terug kunnen komen; je wordt niet alleen dwarsgezeten door de obstakels in je pad, maar door je eigen lichaam. Maar hey, al die tijd gebruiken we liever voor wéér een CGI-moment!

Het ‘Lucas CGI Boner’ syndroom lijkt helaas ook hier zijn kop op te steken. De film begint al meteen met een uit de computer gerold knaagdier, en heeft als hoogtepunt een pijnlijk neppe scène waarin een van de karakters aan lianen door een oerwoud slingert, omgeven door pixelige apen. Niet alleen zijn de effecten zelden overtuigend, ze zuigen ook nog eens alle spanning weg. Die autoachtervolging langs dat afbrokkelende bergpad klinkt op papier vast heel spectaculair. Maar gooi er een Donkey Kong Country jungle achtergrond bij, zet het bloom-effect 300% hoger en neem het overduidelijk in een studio op en mijn interesse is sneller verdwenen dan bezoekers van Dorkside tijdens het lezen van deze review.

Weet je wat het inlevingsvermogen bij een film ook helpt? Op locatie filmen. Ik kan me geen enkel moment bedenken waarbij ik dacht ‘Jeetje, dit speelt zich echt af in [land X], hoe gaaf!’. Het probleem is deels dat het verhaal maar 2 kenmerkende locaties omvat, en één ervan is in Jones’ woonplaats. Hierna krijgen we een jungleset die voor 80% CGI is óf een ontzettend duidelijke set. Nu moet ik toegeven dat als jonge (nog niet verbitterde) kijker ik totaal niet doorhad welke locaties ‘echt’ waren of niet. De met vallen volgepropte tempel uit het begin van Raiders was voor kleine Bartelen waanzinnig indrukwekkend. Jaren later kun je niet anders dan glimlachen om hoe nep het er uit ziet. Vermindert dat het kijkplezier? Niet echt, de film heeft dat onbetaalbare jeugdsentiment als pluspunt, en een handgemaakte set is alsnog handgemaakt; er zit werk en moeite in, en is tenminste tastbaar. Pas als computer-omgevingen dit gevoel kunnen evenaren zal ik ophouden met hier over miepen. Tot die tijd kan ik me heerlijk ergeren aan het feit dat die jungle-achtervolging voornamelijk door een paar RSI-kwekende designers is opgemaakt. Het werkt tijdbesparend en voorkomt ontzettend veel issues die kunnen opduiken bij filmen op locatie, maar ik passeer. Sorry.
Waar ik me niet voor verontschuldig is mijn intense afkeer van Shia LaDouchebag. Hij is te druk, zijn komische timing voelt verkeerd, hij is overduidelijk in de film gegooid omdat de jonge pre-teen kijkers iemand nodig hebben om mee te identificeren (I hate you all), en ik ben natuurlijk stinkend jaloers op zijn succes. Hij is hier gelukkig niet zo aanwezig/irritant/moordlustopwekkend als in Transformers, maar zijn “whoa whoa no no no I talk really fast” gedragingen steken af en toe nog de kop op. Ik verkies dan nog liever 2 uur Short Round met zijn “HELP ME DOKTA JOONS!”. Sterker nog, Short Round had de jongere assistent van Dr. Jones moeten zijn. Gespeeld door Jet Li. Hadden we tenminste nog wat acrobatieke hoogstandjes kunnen zien.

Oh, en het verhaal van Kingdom of the Crystal Fail? Lachwekkend. Weg is de jacht naar een mystiek object (de bad guys hebben het vanaf het begin al in hun bezit), weg is de avontuurlijke wereldreis (een schamele Noord- en Zuid Amerika als speelterrein), de switch van nazi’s naar communisten is onvermijdelijk al zijn ze nóg incompetenter als tegenstander, geforceerde knipogen naar de vorige films (inclusief evengoed bejaarde love interest), een compleet nutteloos raadsel-ophoestend seniel karakter, selectief magnetische kristallen schedels, en aliens als de uiteindelijke ‘twist’ die je al mijlenver aan ziet komen. Tussendoor wordt een tombe bezocht zonder valstrikken, wordt er van plotpunt A naar B gestrompeld, en er is niet eens een gruwelijk eind voor de hoofd-tegenstandster, op wat (CGI, uiteraard) lichteffecten na. Cate Blanchett met bloempotkapsel en quasi-Russisch accent was  dan weer opvallend prima, maar dat zegt misschien weer te veel over de neerwaartse spiraal die ‘mijn smaak’ mag heten.

Ergens had ik het al aan moeten zien komen. Last Crusade voelde al meer oppervlakkig dan de voorgaande delen, met cameo’s en Connery om af te leiden van de zwakkere punten. Raiders blijft een fantastische avonturenfilm die eigenlijk iets te evil is voor een jong publiek (wat hem meteen zo geweldig maakt), en Temple of Doom is op een wat sloom middenstuk na een geweldige achtbaanrit met fantasieprikkelende kick-assheid. De mijnkarretjes-achtervolging was entertainment in z’n puurste vorm voor een 10-jarige.

Natuurlijk heeft Indiana Jones 4 meer opgebracht dat het bruto nationaal product van het hele Oostblok, en ik ben dan ook heel erg bang voor een film 5. Er wordt op het eind al gehint naar Shia LaWossname’s overname van de Indiana-mantel, maar als dat werkelijkheid wordt dan vrees ik voor mijn bloeddruk en het laatste restje van mijn mentale stabiliteit. Ach, al zou Harrison Ford nog terugkomen, voor mij hoeft het in ieder geval niet meer. Ik kan niet nóg een keer de teleurstelling aan. We won’t meet again, Doktorr Jones.

avatar geschreven door op 21 januari 2009

Gerelateerde artikelen

Cowboys & Aliens door Doctor Clavin
Source Code (2011) door Doctor Clavin
Captain America – 2011 door Bartelen
The Night Driver door Doctor Clavin
The Curious Case of Benjamin Button door Bartelen

2 reacties op “Indiana Jones and the Kingdom Of Who Gives A $#%&”

  1. avatar Efje zegt:

    Ik vonnet gewoon sowieso een kutfilm, ook al had ik de andere films nooit gezien. Wel het computerspel gespeeld overigens, dat veel beter is dan deze eh dit eh…meuk :( .

  2. avatar Egregius zegt:

    Het stuk uit The Last Crusade dat ze de oude tempel binnen gaan waar Indiana op basis van het dagboek van Connery allerlei vallen moet zien te omzeilen deed mijn jeugdig hart sneller kloppen, zo spannend vond ik het destijds. Temple of Doom vond ik net te naar, met iemand die een hart uit iemand’s borst trekt en zo.

    Nu ik er over nadenk: elke film had wel iets naars; de help ik verschrompel scene uit Last Crusade, en het ‘laten we kijken wat in de ark des verbonds zit’-scene uit Lost Arc, ook net iets te voor mijn fragiele 10 tot 12-jarige hartje.

Reageer

Anti-Spam vraag :