0
Genghis Blues

Paul Pena, een blinde blues zanger en gitarist die nog ooit met John Lee Hooker heeft samengewerkt en andere grootheden, zit op een avond in 1984 op z’n radio te zoeken naar een bepaald programma wanneer hij plots een engels-talig programma op Radio Moscow tegen komt, met daar in volkszangen uit de USSR. Wat hij hoort is echter iets bijzonderderder dan normaal: het is Tuvaans keelzingen.
Throat-singing, ook wel overtoon-zingen is de kunst om bij het zingen door het vormen van je mond en keel bepaalde boventonen te accentueren, waardoor het kan lijken alsof je meerdere klanken tegelijk zingt (thank you Wikipedia). En Tuva is een obscure Russische deelrepubliek ten noorden van Mongolie, dat een paar decennia soort-van onafhankelijk was geweest.
Paul Pena, gefascineerd door de bizarre klanken, verstond de naam van het gebied van oorsprong niet goed, waardoor hij niet in staat was er meer over te weten te komen. Vier jaar later kwam hij echter een cd tegen met Tuvan throatsinging, en heeft hij het zichzelf aangeleerd. Toen, vele jaren later weer, Kongar-ol Ondar (youtube demo filmpje), waarschijnlijk de meest bekende Tuvaan, in z’n buurt optrad, kreeg hij door een serie ontzettende meevallers de kans om wat hij kon aan Kongar-ool te demonsteren. En Kongar was zo onder de indruk dat hij Pena spontaan uitnodigde om bij hem langs te komen in Tuva.
Dit is het punt waarop een bizar groepje genaamd The Friends of Tuva (een groep met als doel aparte dingen te doen, geinspireerd door de apartheid van het ‘land’ Tuva), een radio DJ met een voorliefde voor obscure muzieksoorten en twee jonge documentaire makers er bij betrokken raakten. Het resultaat was een reis met die groep en Paul Pena naar Tuva, waar Paul mee kon doen met het driejaarlijkse throat-singing festival dat gehouden wordt in de hoofdstad Kyzyl, en de documentaire Genghis Blues die gemaakt is over die reis.
En een bijzondere reis dat dat is geworden! Je kan zowieso niet zomaar op het lokale vliegveld bij Air Tuva o.i.d. instappen; het is een lange autoreis door de bergen vanaf een Russisch vliegveld met overstap in Moskou. En als je er eenmaal bent, is het alsof je in een andere wereld bent. Weidse steppes omgeven door hoge bergen, ijzige riviertjes, aziatisch ogende mensen met dikke bontmutsen en een jaren 50 niveau van Soviet industriele ontwikkeling (een derde van de bevolking bestaat ook uit geimporteerde Russen, de rest lijkt uit steppebewoners en nomaden te bestaan a la Mongolië).
De documentaire is gemaakt door twee relatief onervaren docu makers, waardoor het kennismakingsverhaal aanvankelijk wat warrig voor me was. Maar dat kon niets afdoen aan het zien van de rest: de immersie van de groep in een land dat radicaal anders is dan alles wat ze gewend zijn, de vrolijke en spontane Tuvanen, maar vooral ook de sympathieke maar ietwat meelijwekkende, depressieve Paul Pena, die het moeilijk heeft met z’n blind zijn en hoe de maatschappij daar mee omgaat in de VS, en hoe hij met open armen ontvangen wordt daar. Nadat Paul met de eerste ronde van de throatsinging kampioenschappen heeft meegedaan, als enige die niet uit de regio komt, en als hij later op straat aangehouden wordt en gevraagd wordt om een stukje voor te zingen; hij krijgt steevast geïmponeerde blikken en applaus. De eerste Amerikanen die ze ooit in levende lijve zien, en eentje daar van is helemaal naar the middle of frikkin nowhere gekomen om hun muziekstijl te zingen.
Paul Pena zingt kargyraa, een van de 6 substijlen van Tuvan throatsinging, die zich kenmerkt door de lage bassige tonen. En Pena is, ook al ziet hij er te Tuva door z’n haarstijl opvallend aziatisch uit, een big black guy, dus dat klinkt ook erg indrukwekkend. Wat misschien indrukwekkender is is het feit dat Paul zichzelf Tuvaanse volksliedjes heeft aangeleerd, maar ook nog zichzelf een beetje van de taal heeft aangeleerd met behulp van een Tuvaans-Russisch woordenboek, een Russisch-Engels woordenboek en een braille-lezer. Respect en ontzag, zowel van de Tuvanen als van mij!
Het is voor mij een nog onverwacht meeslepend geheel geworden. Paul Pena die je op ziet bloeien, de tegenslagen (er 10 minuten voor het optreden achter komen dat het liedje dat je gaat zingen van iemand is die nu in de gevangenis zit en dus not-done is bijvoorbeeld), maar ook de mensen en de cultuur die je indirect via je beeldscherm opsnuift; het is allemaal prettig niet-Hollywood.

Er is bij de film trouwens los een soundtrack uitgebracht. Er staan nummers op van Kongar-ol Ondar en Paul Pena, samen en apart keelzingend, en ook blues nummers van Pena. Helaas staat een van de meer meeslepende nummers, als in de docu de reis tot een vroeg einde lijkt te komen en Paul in een diep dal zit en dat in een bluesnummer stort, er niet op. Gemiste kans, maar het houdt het geheel wel feel-good, op een prettige manier. En dat voor blues.
PS: Rest in peace, Paul Pena (26 jan 1950 – 1 oktober 2005)










