0

Spycatcher

spycatcherProbeer voor de geest halen wat je als kind wilde worden als je later groot zou zijn. Hier kun je goed mee testen of de geeky afwijkingen zich al op jonge leeftijd manifesteerden. Ikzelf neigde naar striptekenaar, UFO-wetenschapper, Ghostbuster of superduper secret agent. Zeg nou zelf, als je één James Bond film zag dan wilde je toch ook die geheimzinnige wereld van intrige, gadgets en kleurrijke wereldvernietigende plannetjes inrollen? En toen was ik niet eens oud genoeg om het bijbehorende voordeel van emotioneel verwarde femme fatales te begrijpen. Sinds die Ghoede Oude Teijd zijn al mijn dromen en hoop voor de toekomst langzaam afgebrokkeld tot het hoopje Bartelgruis dat op dit moment recensies over Star Trek kaartspelletjes schrijft. Na het lezen van Spycatcher is een van die laatste zeepbellen ook nog eens doorgeprikt: een koude douche voor al die mensen met wilde ideeën over hoe ‘echte’ spionage er vroeger uitzag. Lees snel door, want deze review vernietigt zichzelf binnen 90 seconden.

Ene Britse meneer Peter Wright kwam kort na de Tweede Wereldoorlog in aanraking met de CIA, die assistentie nodig hadden bij een technisch vraagstuk. Een vreemd apparaat was ontdekt in een ornament van de Amerikaanse ambassadeur in Moskou, en dit ‘Thing’ werd naar het lab gebracht waar Wright werkte (de Marconi Company). Hij kwam er achter dat het een nieuw type afluisterapparaat was dat op afstand geactiveerd kon worden.
Mede door dit incident werd Wright in 1954 benaderd om voor MI5 te gaan werken, de Britse contraspionagedienst die een technisch vernuftige patriot wel goed kon gebruiken. Het ‘Thing’ was een flinke schop in de kuiten voor de westerse spionagediensten; de vijand zat niet stil maar was actief bezig met nieuwe ontwikkelingen. Wright werd ingezet als hoofd wetenschapper en werkte vervolgens aan nieuwe afluistermethoden waar gretig gebruik van werd gemaakt op internationaal niveau. Daarnaast bleek hij ook een begaafd onderzoeker; hij zag fouten binnen MI5 in de dagelijkse activiteiten en manier van informatieverwerking en was voorstander van vernieuwingen die niet altijd gewenst waren. Niet vreemd, als je tijdens het lezen ontdekt dat de Britse veilingheidsdiensten soms meer leken op een ‘Old Boys Club’ dan actieve beschermers van het vaderland.

De focus in het boek ligt vooral op MI5, de afdeling belast met het lokaliseren en afrekenen met spionnen op Britse bodem. Londen bleek in de jaren 50 en 60 flink bezaaid te zijn met Russische sympathisanten, en informatie vergaren was van het grootste belang. Geweldig om te lezen hoe Wright met zijn collega’s vrij spel had om in elk gebouw binnen te breken en daar hun ding te kunnen doen, of hoe het dagelijkse kat-en-muisspel zich voltrok tussen undercover agenten en uit de Russische ambassade vertrekkende commie bastards. Nieuwe afluistertechnieken die Wright ontwikkelt geven nieuwe mogelijkheden voor de geheime dienst, en risicovolle klussen waarbij gaten voor microfoons worden geboord in de ambassade op enkele meters hoog tijdens een flinke storm brengen het spionagegevoel wel naar boven. Daarentegen was er een hoop binnen de dienst flink mis, soms tot het naïeve toe. Agenten die in auto’s achter mogelijke spionnen aangingen bleken kinderlijk eenvoudig gespot te kunnen worden (wat de Russen weer kansen gaf om ze expres achter de verkeerde mensen aan te sturen). Alle documenten op het hoofdkwartier waren wel goed bijgehouden maar vormden een papierwinkel waar zelfs mijn Magickaartcollectie van achteruit deinst. Vriendjespolitiek binnen de dienst zorgden voor promoties van mensen die niet echt geschikt waren voor hun nieuwe functies. Het overlopen van voorheen aanzien hebbende Britten die gevoelige info naar Rusland overhevelden zorgde voor een hoop schaamte, wat het beleid van MI5 over mogelijke interne problemen op de verkeerde manier beïnvloedde; doen of het probleem niet bestaat en hopen op het beste.

Heel erg apart om te beseffen hoe… nou ja, amateuristisch het er aan toe kon gaan. Men was te arrogant, te bang voor verandering en juist de types die de boel op wilden schudden om dingen gedaan te krijgen werden liever aan de kant gezet. Britten die tijdens de 2e Wereldoorlog van onschatbare waarde geweest waren en hun leven in de waagschaal gesteld hadden voor King and Country, eindigden oud en verbitterd zonder pensioen en waren makkelijk vergeten. Dit is meteen ook de reden waarom Spycatcher überhaupt is geschreven: Wright zag de bui al hangen en zijn pensioen bleek allesbehalve goed geregeld te zijn, en dit boek zou de aankomende financiële ellende op kunnen vangen.

Zijn toenemende frustraties over MI5 hebben ook niet echt geholpen, maar zijn volledig te begrijpen. Hoe zou jij je voelen als een project waar je jaren aan moeite in hebt gestoken totaal op niets uit lijkt te lopen? Als mijn ouders, that’s how. Een groot deel van Wright’s werkzaamheden kwamen in de jaren 60 namelijk neer op het onderzoeken van bekentenissen die door overgelopen Russen afgelegd waren. Niet alles was even betrouwbaar, maar een verontrustend patroon kwam naar voren: Engeland was er veel erger aan toe dan men dacht. Spionnen bleken toegang te hebben tot zeer gevoelige informatie en *gasp* zelfs MI5 bleek niet veilig. Door de archieven er op na te slaan en te combineren met Russische codes die tergend langzaam gekraakt werden, kwam een grote samenzwering aan het licht die helemaal terugging tot de jaren ’30. Met een kleine groep keeg Wright de top secret taak om te onderzoeken tot hoe ver de Russische infiltraties gingen. Dit leidde tot het oprakelen van een hoop oud leed, het maken van zware beslissingen en het ontdekken van een hoop duistere geheimen. En dit alles zonder zijn collega’s in MI5 om hulp te kunnen vragen, met donkere vermoedens in het achterhoofd dat de spion(nen?) in hun midden misschien al lang van dit onderzoek op de hoogte waren en actief tegenwerkten.

Al met al is Spycatcher een tricky aanrader. Begrijp me niet verkeerd, het ‘echte’ spionagemateriaal is fascinerend. Van het plaatselijk proberen op te sporen van Griekse rebellenleiders tot het vermomd zijn als telefoonreparateur om een microfoon te plaatsen in de Egyptische ambassade, het is haast onwerkelijk om te beseffen dat het écht zo is gebeurd. Soms is het voor een lompe (geschiedenis)boer als ik wat lastig om bepaalde historische gebeurtenissen in de juiste context te plaatsen, maar je wordt als lezer nooit echt in het diepe gegooid. Een bizar hoogtepunt was de in-huis demonstratie van een gifpijltjeslanceerder die in een pakje sigaretten verborgen was, en á la Q werd gedemonstreerd op een nietsvermoedend schaap. Je zou denken dat die gadgetonzin uit de films nergens op sloeg, maar om het zo op papier te zien was wel even een hele aparte ervaring.
Maar het is lang niet allemaal internationale intrige en risky opdrachten. Voor die éne cruciale opgenomen conversatie moet een team van X agenten eerst wekenlang plannen en wachten, wachten, wachten. Wekenlang in busjes door Londen karren om een bepaald signaal proberen op te vangen. Bureaucratie, kortzichtigheid en frustraties zijn ook volop aanwezig. De kantoorachtige gang van zaken wordt uit de doeken gedaan, en eenmaal in MI5 headquarters komt de banaliteit van de spionagewereld aan het licht. Rapporten in stoffige kamertjes, geroddel en geruchten, lange besprekingen die op niets uitlopen, schrijnende personeels- en materiaaltekorten waar niets mee wordt gedaan… het hoort er ook allemaal bij.
De toon van het boek is vrij matter-of-factly. Wright probeert dingen niet mooier te maken dan ze waren en het kan zo wat droogjes aanvoelen op z’n tijd. Je krijgt tijdens het lezen ook een waslijst aan namen voor de kiezen. Door de jaren heen zijn er flink wat functiewisselingen en er zijn een hoop internationale contacten, overlopers, bejaarde ex-communisten en random spelers op het schaakbord der spionage. Ik had graag een overzichtje gezien met wie ook weer ongeveer wat doet. Er is een index waarbij je omslachtig een en ander terug kunt zoeken, maar het werkt niet ideaal. Gelukkig is er wel een lijstje met de betekenissen van de vele diensten en codenamen. Voor je het weet haal je je DRPC’s door de war met je GCHQ’s.

Zeker in de tweede helft van het boek heerst er een vorm van fatalisme en teleurstelling. Wat dacht je van een Russische spion die gepakt en overgehaald wordt om naar de Britten over te lopen. Publiekelijk, want dat geeft een signaal naar de Rode Dreiging dat ook hun agenten niet feilloos zijn. Vervolgens wordt er vanuit Rusland ontzettend veel druk op hem gezet, en zijn vrouw belt dagelijks om hem te smeken alsjeblieft terug te komen. Als hij immers blijft zal iedereen om wie hij geeft er onder lijden. De arme jongeman twijfelt en beslist toch terug te keren, om vervolgens nooit meer gezien te worden.
Ook zien we hoe Wright probeert half bejaarde Britten die in de jaren ’30 voor de Russen werkten te ondervragen, waarbij vooral pijn en frustratie naar boven komt. Een treffende quote zegt het allemaal: “It struck me as an odd way for the idealism and activism of the 1930s to end: in a small hotel suite, with a bottle of Scotch and a bottle of gin. They wanted to change the world, but ended up changing only themselves.” Als dan ook nog eens het onderzoek naar de spion binnen MI5 uitloopt op een heksenjacht die Wright in een sociaal isolement dwingt en de hoge heren van bovenaf liever zijn rapporten zien verdwijnen om in de ogen van de Amerikanen niet als onbetrouwbare amateurs gezien te worden, lijken alle jaren aan werk op losse schroeven te komen staan.

Wright eindigt zijn dienstverband met flink wat illusies minder, maar wel een autobiografie van onschatbare waarde voor de geïnteresseerden. ik weet dan nu wel 100% definitief dat de spionnenwereld nooit iets voor mij had kunnen zijn, maar ik heb wel een honger gekregen naar meer leeswerk over de turbulente wereld van internationale politiek, intrige en backstabberigheid. En ik kan tenminste nog proberen om Ghostbuster te worden.

avatar geschreven door op 25 februari 2009

Reageer

Anti-Spam vraag :