0
The Shield
Als brave en ruggengraatloze burger heb ik nog nooit met de politie te maken gehad. Het dichtste bij politiegeweld kwam een recente episode waarbij ik een dronken glasgooiende carnavaller in 2.6 seconden gepakt en in een busje gesleurd zag worden. Nu woon ik gelukkig ook in een klein dorp waar de meest zware criminele activiteiten niet heftiger zijn dan het iets te luid draaien van Jumpstyle Superhits IV of een door geiten getrokken huifkar in een niet-parkeren-zone laten staan. Misschien word ik juist door het gebrek aan contact met onze (over het algemeen incompetent lijkende) wetshandhavers zo geboeid door de minder frisse kant ervan. En je kunt niet minder fris dan politieagentje spelen in de broeierige achterstandsbuurten en de gevaarlijkste wijken van Los Angeles. We betreden hier het speelterrein van een waanzinnige serie die mij gedurende haar 7 seizoenen flink wist te boeien en me tegelijk vrij vies liet voelen: The Shield.
Gooi een dartpijl richting een televisiegids en je hebt 70% kans om een ziekenhuisdrama of politieserie te raken. De vele Law & Order varianten en CSI-concepten lijken wonderbaarlijk nog steeds kijkers te trekken ondanks de vreselijk voorspelbare formule ‘team met hippe wisecracking agenten lost elke week een nieuwe zaak op, met af en toe een snufje informatie over één van de hoofdpersonen’. Sorry, maar als ik zin heb om steeds hetzelfde te ervaren speel ik wel opnieuw een potje Klauwhamer In Kruis. Gelukkig zijn er een paar series die wel de mal doorbreken en zo positief opvallen. The Shield heeft in ieder geval een concept dat een stuk minder toegankelijk is voor de televisiejunk die graag smetteloze helden op het laatste moment de cruciale link zien leggen om Persoon X In Gevaar te redden. Serieus, opzouten met die troep.
De hoofdrolspeler in The Shield is agent Vic Mackey. Het uitgangspunt van dit karakter is meteen ook de aantrekkingskracht van de hele serie. Mackey is namelijk een corrupte smeerlap die zijn handen graag vies maakt om vrij nobele doelen te bereiken; het grootste tuig van de straten halen en tegelijkertijd zijn familie en teamleden beschermen. Vic leidt het strike-team, een klein groepje van 4 hardcore bikkels die voorop gaan bij het binnenvallen van gevaarlijke locaties als crackpanden en Grafherrie’s toilet. Zij houden zich bezig met de bendes in het (fictieve) Farmington district en hebben hier hun handen vol aan. Om de orde te kunnen handhaven zijn deals met de duivel haast onvermijdelijk. Mackey heeft een netwerk aan informatieverstrekkende kleine criminelen, sluist in beslag genomen drugs door om dealers bevriend te houden en gebruikt de harde hand waar straatdiplomatiek niet werkt. Mackey is een schoft, maar bereikt wel de doelen die voor een brave agent onhaalbaar zijn. Deze geweldige ethische balanceer-act is constant op de voorgrond en maakt het volgen van de serie ook zo geweldig; hoe ver kun je gaan om de wereld een betere plaats te maken? Wanneer wordt de prijs voor veiligheid te hoog? Als je antwoorden zoekt, zul je die hier slechts beperkt vinden. Mackey en zijn strike team zitten al zo lang en diep in het schemergebied tussen Goed en Fout dat ze nooit meer uit dit zompige morele moeras kunnen komen.
In een lijstje met Badasses In Televisieland mag Vic Mackey zeker een hoge plaats innemen. Fysiek is hij sowieso al vrij intimiderend; met zijn zonnebril, brommende stem en kale kop lijkt hij een rechtopstaande bulldog die liever op je botten kauwt dan je gat ruikt. Eh, of zo. Michael Chiklis levert prima acteerwerk af in deze rol, en maakt Mackey een geloofwaardige tough bastard. Jammer dat hij dan door zijn rol als The Thing in de walgelijke Fantastic Four films weer een stuk daalt op de awesome-o-meter, maar dat terzijde. Van de andere 3 strike team leden krijgt Shane de meeste aandacht, een racistische redneck die zowaar nog gladder en gluiperiger is dan zijn beste maat en teamleider. Het is makkelijk om Shane een naar mannetje te vinden tot je beseft dat hij zo is dankzij Vic, die net als Tony Soprano een corrumperend effect heeft op de mensen om hem heen.
Natuurlijk staat het strike team er niet alleen voor. De rest van de cast is ook helemaal prima in orde. Zij zijn de ‘gewone’ agenten en detectives die zich de luxe niet kunnen veroorloven om de regels te vebuigen en het van eerlijk(er) politiewerk moeten hebben. Dit deel van de setting vormt meestal het B-verhaal in elke aflevering; een 2e, vaak kleinere plotlijn die soms de hoofdlijn kruist. Het zijn wat meer rechttoe-rechtaan klussen die voor de eerder genoemde series uit de CSI fabriek juist het hoofdverhaal zouden vormen. Ik heb in dit geval geen probleem met de meer herkenbare kant van het genre, omdat het grimmige en vieze sfeertje van de Los Angeles achterbuurten ook hierin doorsijpelt. De zaken waar de agenten op worden gezet zijn vaak vrij heftig en verontrustend. Na de gemiddelde aflevering zul je misschien de neiging krijgen om even onder een hete douche te gaan staan om dat onprettige gevoel weg te spoelen. Bedenk iets naars wat een mens ‘n ander aan kan doen, en het komt wel een keer langs. We observeren dan ook de onderbuik van de samenleving en treffen daar allerlei onaantrekkelijke schimmels en infecties aan.
De 2 hoofdrechercheurs die deze zaken in hun schoot gegooid krijgen zijn de sterren van de niet-main-cast. Vooral de slungelig overkomende Dutch is geweldig. Een beetje sociaal awkward, een beetje te trots op zijn skills, maar in de ondervragingskamer speelt hij het psychologische duel met zijn verdachte als een grootmeester. Nice.
De serie is wat uit de losse hand gefilmd zodat je het gevoel krijgt dicht op de gebeurtenissen te staan. Tijdens de wilde achtervolgingen zat ik haast op en neer te springen van spanning, en de scènes in het politiebureau (dat wegens ruimtegebrek in een omgebouwde kerk is gevestigd) maken goed gebruik van de mogelijke trucjes qua positie en beweging. De camera staat niet stil, en het verhaal eigenlijk ook niet.
Een gaaf terugkerend element is de toepassing van muziek. De verschillende bendes en groeperingen draaien allemaal hun eigen genres, en verder wordt er amper gebruik gemaakt van een soundtrack over de scènes heen. Het voelt dus lekker realistisch wanneer het strike team het huis van een Mexicaanse dealer benadert en je de vettige bass al op afstand hoort dreunen. Of de keiharde metal-rotzooi in het appartementje van die dikke blanke racisten.

Uiteindelijk zijn er 7 seizoenen van gemiddeld zo’n 13 afleveringen gefilmd, en het laatste liep af in 2008. Elk seizoen heeft een overkoepelende verhaallijn, die vooral vanaf het 5e als een sneltrein door de afleveringen heen raast en pas op het eind van de serie tot stilstand komt. Door de jaren heen hebben een paar grote namen voor een korte periode (vaak per seizoen) geweldige rollen vertolkt: Glenn Close als een handen-uit-de-mouwen politiekapitein en Forest Whitaker die het strike team probeert op te doeken en niet terugdeinst voor extreme methoden om dit te bereiken. ‘Intens’ is een zachte uitdrukking voor wat er te wachten staat als je de serie besluit te volgen, zeker in de 2e helft. De finale van seizoen 5 eindigt met een ontzettend heftige trap in de onderbuik van de kijker, en heel seizoen 7 is gewoon één grote payoff die je murw maar voldaan achterlaat.
Ik keek the Shield destijds samen met the Wire, een politieserie die zich juist veel subtieler ontplooit tot uiteindelijk simpelweg de beste serie die ik ooit heb gezien. Als afwisseling werkte het gigantisch lekker; Wire voor mijn intellectuele prikkel en Shield voor de pompende actie, heftige dilemma’s en adrenalineboost. Het is zeker geen mindless entertainment, maar een volwassen en heerlijk bruut stukje law enforcement. Een beetje als een dronken glasgooier die ruw een politiebusje in wordt gegooid.










