1
The Complete Chronicles of Conan
Jason Statham. Rambo. Hulk. Allemaal vrij stoere bikkels wiens moeder je niet per ongeluk in een dronken bui wil beledigen. Maar ondanks hun charisma en/of brute kracht stellen deze heren helemaal niks voor vergeleken bij de koning van de Alpha Males. Want niemand maar dan ook niemand kan de badassheid van de barbaarse Conan himself benaderen.
Omdat schrijver Robert E. Howard in 2006 precies 100 jaar zou zijn geworden is deze gigantische bundeling van zijn Conan verhalen uitgegeven in hun originele vorm. In de loop der jaren zijn er namelijk veel verhalen deels herschreven en ge-edit door anderen, maar in deze verzameling hebben we dan alsnog de glorieuze avonturen van onze favoriete barbaar zoals ze bedoeld waren. Nooit eerder gepubliceerde avonturen en werkversies zijn ook bijgesloten, een prettige extra.
The Complete Chronicles opent met een opvallend uitgebreide geschiedenis van de door Howard verzonnen fantasywereld. De opkomst en ondergang van talloze beschavingen wordt neergepend, en ook al komt het de consistentie van de setting ten goede zal het haast onmogelijk zijn om iets te onthouden van de overload aan informatie. Dit deel was ook voornamelijk bedoeld als referentiemateriaal voor de schrijver, en het feit dat het hier bijgesloten is blijft natuurlijk fijn. Eenmaal lezen hoe de samenleving waar Conan in rond banjert is gebouwd op de schedels van overwonnen volkeren maakt de setting wel een stukje sfeervoller, dat zeker.
Maar goed, door naar de échte inhoud. Wat mij vooral opviel was dat de eerste reeks met verhalen eigenlijk steeds op hetzelfde neerkomen. Conan komt in z’n eentje terecht op een exotische locatie, hier zijn oude ruïnes of tempels, een monsterlijk kwaad huist hier toevallig ook (met of zonder bijbehorende buslading aanbiddende dienaren), een welgevormde dame is in gevaar, Conan redt zowel de dame als zijn eigen huid en laat een spoor van vernieling en opengespleten hoofden achter.
Hoe je het ook wendt of keert… dit is niet meer dan in James Bond stijl een simpele formule blijven herhalen. Maar verdomd als het alsnog niet vermakelijk is om te lezen. Elk verhaal wijkt net weer op zo’n (kleine) manier af om toch nog de moeite waard te zijn, al zul je ze uiteindelijk maar met moeite uit elkaar kunnen houden.
Afijn, na een verhaal of 9 in deze stijl had ik wel weer behoefte aan iets nieuws. Ik werd op mijn wenken bediend, want vanaf dit punt werd alles een stukje uitgebreider en vernieuwender. Zo wordt Conan met een groep stealthy gasten bij een van de meest afgelegen grensposten ingehuurd om de leider van een stam gevaarlijke inboorlingen om te leggen voordat zij hun aanval op de ‘beschaafde’ wereld kunnen starten. Of komt deze barbaar terecht in een eeuwenoude overdekte stad waar twee groeperingen al sinds ze zelf kunnen herinneren elkaar uit proberen te roeien. Het hoogtepunt is zonder twijfel Hour of the Dragon wat zowaar episch in schaal is. Het verhaal begint met Conan als koning van het land Aquilonia, en bevat een crapload aan geweldige ingrediënten als eeuwenoude necromancers, brute veldslagen, ninja’s(!), een vampier-chick, hand-to-hand combat met een wilde gorilla, het infiltreren van een pyramide, piraterij, intrige, moord en een hoop wapengekletter. YEAH BABY! Mocht je maar één verhaal willen proberen, laat het dan deze zijn. En je kunt het eventueel online lezen, maar er gaat niets boven een 800+ pagina tellend stijlvol boek op je schoot terwijl je in barbaar-stijl op een troon zit. Of het toilet. Same difference.
Robert E. Howard was een tijdsgenoot van H. P. Lovecraft en werd dan ook beïnvloed door de Cthulhu Mythos van deze man. Zo zul je in Conan’s avonturen verwijzingen vinden naar oude goden met onuitspreekbare namen en rituelen die het daglicht niet kunnen verdragen. Officieel zijn een hoop verhalen onderdeel van de Cthulhu Mythos, al hebben editors later de directe connecties wat weggemoffeld door bijvoorbeeld de namen van de genoemde Old Ones te veranderen. Verzwakt of niet, de Lovecraft invloeden hebben alsnog een positief effect op Conan’s avonturen. De broeiende dreiging die in de afgelegen locaties hangt, de suggestie van in het duister verblijvende gruwelen… ja, het voelt als een uitstekende combinatie.
De consistentie tussen de verhalen lijkt wat zoek te zijn. Zo eindigt één verhaal met Conan als kapitein van een roversschip plus zijn chickie-van-de-week aan z’n zij, waarbij hij luidkeels belooft de kustprovincies te doen sidderen van angst tijdens hun aankomende plundertochten. Het volgende verhaal zal je hier niets van merken, want hij is ineens in een havenstad op de vlucht voor lokale wetshandhavers. Er wordt nooit gerefereerd naar oude gebeurtenissen behalve in enkele van de latere, uitgebreidere verhalen. Niks mis mee, alles is een stand-alone vertelling die je al snel midden in de actie gooit, maar verwacht dus geen follow-ups na een spectaculair eind.
Bij de naam Conan denk je vermoedelijk ook meteen aan een gespierde gast die met brute wapens rondzwaait. Dit zal regelmatig gebeuren in deze dikke bundeling, en het viel me zelfs op hoe grafisch de gewelddadigheden worden beschreven. Ingewanden en opengescheurde schedels vliegen je om de oren en als de barbaar goed losgaat kent hij echt geen genade. Dan is er ook nog wat andere prut die vrij hardcore is.. wat dacht je van onze hoofdpersoon die ge-freaking-kruisigd wordt, en het nog overleeft ook? Geen verhaaltjes voor kids dus. Mooi zo.
Ik heb me dik vermaakt met dit boekwerk, al heeft het me wel relatief veel tijd gekost om er doorheen te werken. Pas toen de verhalen de formule gingen doorbreken werd ik ook extra gemotiveerd om door te lezen. Terugkerende thema’s of niet, de setting en de barbaar himself hoort terecht thuis in het rijtje met klassieke bloederige literatuur. Hoe beter om dit te illustreren dan met zo’n fijne, vettige quote uit ‘Hour of the Dragon’. Ik wens mogelijke toekomstige lezers veel plezier met meneer Conan toe, ik ben in de tussentijd op zoek naar een geschikte lendedoek en battleaxe voor carnaval 2010.
The southern horizon was fringed with flame by night, and in the day straggling pillars of smoke drifted upward; in the cities and plains to the south men were dying, thrones were toppling and castles going up in flames. Conan felt the old tug of the professional fighting-man, to turn his horse and plunge into the fighting, the pillaging and the looting as in the days of old. Why should he toil to regain the rule of a people which had already forgotten him?-why chase a will-o’-the-wisp, why pursue a crown that was lost for ever? Why should he not seek forgetfulness, lose himself in the red tides of war and rapine that had engulfed him so often before? Could he not, indeed, carve out another kingdom for himself? The world was entering an age of iron, an age of war and imperialistic ambition; some strong man might well rise above the ruins of nations as a supreme conqueror. Why should it not be himself? So his familiar devil whispered in his ear, and the phantoms of his lawless and bloody past crowded upon him. But he did not turn aside; he rode onward, following a quest that grew dimmer and dimmer as he advanced, until sometimes it seemed that he pursued a dream that never was.











Op zich heb ik het altijd opvallend gevonden dat vrouwen meestal vrij weinig hebben met Conan, en dat het juist de mannen zijn die voor deze stoere alfa-man vallen.
Maar…whatever! Conan is de skull-crunching man! Ik lees z’n verhalen altijd met veel plezier, want ook al volgt het aanvankelijk een formule, je weet nooit wat er gaat gebeuren. Volgens auteur Robert E. Howard schreef hij ook niet met een vooropgezet plan, maar, geparafraseerd, ‘spontaan typend achter z’n typemachine, alsof Conan zelf hem het verhaal influisterde’.
Eén van de pilaren waar het fantasy genre op gebouwd is; het beeld van een barbaar die met zwaard een pad baant door een wereld van tovenaars en oude duistere krachten is niet voor niets menigmaal getracht na te leven rond de rollenspellentafel. En ach..als we dan toch een rolmodel nemen, waarom niet Conan?