0
Johnny Cash – American IV: The Man Comes Around

Wat hebben dork(sider)s met Johnny Cash, country en rock icoon van vroeger jaren? Tja..
Ik zal in ieder geval vertellen wat ik met hem heb: een diepe respect voor The Man in Black. Ik ken hem niet eens zo lang moet ik toegeven, maar toch.
Mijn echte kennismaking met Johnny Cash was het nummer The Man Comes Around. Iedereen kent natuurlijk z’n bekendere liedjes zoals Ring of Fire (“And it burns burns burns, the ring of fire“) en het fantastische Boy Named Sue; maar The Man Comes Around, afgespeeld tijdens de chaotische openings-scenes van de film Dawn of the Dead (de 2004 remake, en waarom is die nog niet gereviewd hier?), sloeg bij mij in als een bom. Videobeelden van massahysterie en chaos, een goed gedeelte ervan van stock footage, en dan dat ingetogen doch apocalyptische liedje. Het bleek één van de laatste liedjes die Cash tijdens z’n leven geschreven heeft, nadat hij wist dat hij gediagnostiseerd was met een terminale ziekte.
Een bijna opgewekt akoestisch gitaar ritme, bijgestaan door de brommende klanken van een ‘linkerhand piano’ en een orgel op de achtergrond, lyrics vol met bijbelse symboliek uit Revelatie (je weet wel, het hoofdstuk uit de bijbel over de apocalypse) en elementen die Cash uit een droom haalde. Er staat een analyse op Wikipedia, maar ik kan zeggen dat de teksten en mentale beelden over the Final Judgement, de ruiters van de apocalypse en de komende ‘vrede’ perfect passen bij de real-life beelden van massa rellen, onrust en vrachtwagens die op menigtes inrijden gebruikt voor de opening van Dawn of the Dead.
Op dat moment werd ik me pas ‘bewust’ van Johnny Cash, en ben meer van hem op gaan zoeken. Zo kwam ik dus bij het album American IV: The Man Comes Around. Nu moet je weten dat Cash, na een lange carrière met een langzaam dalende populariteit, niet meer welkom was bij de grote labels. Niet goed genoeg zeg maar. En toen kwam producer Rick Rubin die beter bekend was van heel minimalistische rap-albums produceren met een nieuwe kans voor de ondertussen 60-plusser. Ze hebben toen een aantal albums opgenomen die beter bekend zijn geworden als de American Recordings naar de naam van het label van Rubin. Een paar nieuwe nummers, een paar oude nummers van Cash opnieuw opgenomen, en veel covers; alles heel minimalistisch met Johnny Cash op z’n gitaar in z’n woonkamer opgenomen, met maar een paar instrumenten en extra vokalen van bekende gastzangers/zangeressen later toegevoegd.
Nou moet ik zeggen dat Johnny Cash z’n eerdere werk voor mij een mixed bag is. Behalve de eerdergenoemde klassiekers, staat er op de gemiddelde Best of van Cash een aantal nummers die ik wel ‘aardig’ vind, maar waar ik niet per se warm van loop. Country is niet per se mijn ding. Z’n albums destijds live opgenomen in Folsom Prison en San Quentin Prison vind ik dan wel een bijzondere sfeer hebben; de gevangenen zijn roerig maar oprecht enthousiast over dat een van de weinige zangers met sympathie voor gevangenen voor ze staat te zingen. Cash maakt fouten maar zingt gewoon door tot hilariteit van de aanwezigen, en dat is integraal op het album gekomen. Cash heeft altijd een krachtige delivery gehad, vol met emotie. Heel intiem. Maar de tear-jerking tragere nummers over onderwerpen waar ik weinig binding mee heb (‘Send A Picture Of Mother’) ..ik passeer liever.
Op American IV horen we een heel andere Johnny Cash. Niet een herboren, maar een stervende man die nog één laatste (paar) keer zich wil laten horen. En de covers die hij doet, zijn op z’n zachtst gezegd verrassend: ‘I Hung My Head’ (oorspronkelijk van Sting) waar Cash zingt over hoe ‘hij’ een zinloze moord begaat, raakte me diep van binnen. En ik denk dat niemand had verwacht dat ‘Personal Jesus’ van synthy new wave band ten top Depeche Mode gecoverd zou worden, maar op een of andere manier weet de religieuze Cash het melodietje en ritme perfect voor hem te laten werken met behulp van wat piano-begeleiding. Die nummers maakten me gelijk meer open voor de langzamere en dramatischere nummers die ook op dit album staan.
Nu zijn ze niet allemaal evenzeer aan me besteed. Desperado (van The Eagles) en Danny Boy slaan de gevoelige snaar bij mij mis, en ik moet zeggen dat ik Bridge Over Troubled Water in de originele uitvoering van Simon&Garfunkel net iets sterker vind. Maar het algehele minimalisme heeft zeker wel wat, en…verdomme, Cash is gewoon fenomenaal in de hoeveelheid gevoel dat hij in z’n nummers legt. Want de track die voor mij en veel anderen met kop en schouders boven de rest uit steekt, is de cover van het Nine Inch Nails nummer Hurt. Trent Reznor van NIN is een goeie vriend van Rick Rubin, en zodoende kwam Cash aan het nummer.
http://www.dailymotion.com/video/xd1k9Reznor had z’n twijfels; het klonk hem wat gimmicky in de oren om een country legende een nummer van hem te laten doen. Toen hij de clip echter zag zei hij:
“I pop the video in, and wow… Tears welling, silence, goose-bumps… Wow. [I felt like] I just lost my girlfriend, because that song isn’t mine anymore… It really made me think about how powerful music is as a medium and art form. I wrote some words and music in my bedroom as a way of staying sane, about a bleak and desperate place I was in, totally isolated and alone. [Somehow] that winds up reinterpreted by a music legend from a radically different era/genre and still retains sincerity and meaning — different, but every bit as pure.”
En die laatste zin is eigenlijk van toepassing op het hele album: anders, minimalistisch, maar puur. Puur Cash, pure emotie. En een legende.
RIP 1932-2003










