0
Thomas Homer-Dixon – The Upside of Down
The Upside of Down (met als subtitel: Catastrophe, Creativity and the Renewal of Civilization) is een boek uit 2006 over de komende ondergang van onze maatschappij. Nu is dit een genre van boeken (en websites) dat mij al langer trekt. Geef me een goeie apocalypse, al dan niet zombie gerelateerd, en m’n hartje gaat sneller kloppen. Zo ook informatieve boeken over waarom we in real-life fucked zijn; ik verorber ze als een zombie een brein, en leg ze vaak niet neer voor ik er mee klaar ben, of lichamelijke behoeften (jeweetwel: slaap, toilet, eten, een uurtje gamen) me dwingen om pauze te nemen.
Nou hebben de meeste boeken of zelfs websites in dit genre Één Specifieke Reden waarom we allen ten onder zullen gaan; social breakdown, etnische conflicten, wereld oorlog, uitputting van de oliereserves, hongersnood, het jaartal 2012(!), conspiracies, of toch de zombies. Maar ik probeer weg te blijven van schrijvers wiens contact met realiteit bestaat uit elk jaar een kerstkaartje naar elkaar sturen, dus de laatste 3 vallen wat mij betreft af, als ze serieus bedoeld zijn.
Thomas Homer-Dixon probeert iets anders, tenminste hij claimt de positieve keerzijde van de ondergang van onze maatschappij te willen tonen. Maar eerst moet hij ons laten zien waarom we ten onder zullen gaan of course. Het begint allemaal een beetje warrig: als eerste een verslag van de 1906 San Francisco brand, die een groot deel van de stad in as legde, en vervolgens het verhaal van de auteurs’ bezoek aan Romeinse ruïnes, en wat er allemaal in het nieuws was recentelijk: 9/11, SARS, de 2003 blackout in het Noord-Oosten van de VS. De auteur vraagt zich af of de Romeinen ook het idee hadden dat de wereld ‘out of control’ aan het raken was, en of ze hun ondergang aan zagen komen of niet.
De centrale stelling van het boek is dat onze wereld onderhevig is aan 5 grote stressoren, en dat ze mogelijk samen komen samen en versterkt worden door multipliers, dat in staat is om onze samenleving een dusdanig harde duw te geven dat we er niet van herstellen. So far so clear.
In hoofdstuk 2 begint de auteur echter met z’n bezoek aan het collosseum in Rome, de belachelijke hoeveelheid energie die er in de bouw er van zijn gegaan. Onze maatschappij runt op olie, maar die van de Romeinen runde op houtverbranding en spierkracht alleen: paarden, ossen, mensen/slaven, en de bossen van klein-Azië + Zuid-Oost Europa. Door de energie uit te rekenen die nodig is om elke individuele steen uit te hakken, te vervoeren, en op te hijsen, plus het gebruikte metaal te smelten, en het gebruikte beton te maken…kan Homer-Dixon uitrekenen hoeveel land nodig was om de energie te genereren dat nodig was om het collosseum te bouwen. Want uiteindelijk werkte het Romeinse rijk op zonne-energie: zon genereerde de brandstof voor de fornuizen in de vorm van hout, en de brandstof voor de gebruikte lastdieren/mensen in de vorm van graan en hooi. Z’n uiteindelijke conclusie: 44 miljard kilocalorieën zijn er in gegaan. En als je bedenkt dat degenen die het voedsel verbouwen ook gevoed moeten worden, is dat het equivalent van zo’n 55 vierkante kilometer akker, gedurende de 5 jaar van de bouw (daar werkten ze toen tenminste nog door). Driekwart daarvan ging naar ossen voor het vervoer van de stenen, en dan zijn er een heleboel factoren nog niet eens meegerekend: kleding en andere secundaire behoeftes van de arbeiders, de mensen die daar voor nodig zijn, en transport van het voedsel en iedereen die daar bij komt kijken.
Kijk, dan ga je opeens heel anders denken over wat de maatschappij draaiende houdt: surplus energie. Als akkers niet meer energie genereren (of eigenlijk: opvangen van de zon) dan er nodig is om de akkers te bebouwen, in de vorm van voedsel, dan zijn steden of uberhaupt beschaving niet mogelijk. En dan wordt opeens een stuk duidelijk waarom de Romeinen ten onder gingen: op een gegeven moment kostte het meer energie om het rijk in stand te houden, dan de akkers opleverden. Hun organisatie werd steeds complexer en dus energie-intensiever (kortom meer ambtenaren nodig om de boel draaiende te houden, en langere wegen), maar de Romeinen subsidieerden zichzelf door middel van het plunderen van rijke buren die niet te veel tegenstand konden bieden. Toen de voorraad rijke weerloze buren opdroogde, hield de groei van het rijk op, en begonnen de stressoren van buiten en van binnen teveel te worden. Dat de opbrengsten van het land door mismanagement, ontbossing, vervuiling en erosie steeds minder werden hielp natuurlijk niet. En tja, als je als trotse Celt op een gegeven moment de keuze hebt tussen 3 ambtenaren en een soldaat te onderhouden, of het op je eigen houtje te proberen, dan weet je het op een gegeven moment wel..

Vanaf hier gaat het boek verder over de in hoofdstuk 1 genoemde 5 stressoren: bevolkingsimbalansen, energie-schaarste (of tenminste van hoge kwaliteits energie dat makkelijk in gebruik is zoals olie), een steeds meer beschadigd milieu, klimaatverandering, en de instabiliteit van ons economische systeem. De multipliers, die dit gevaarlijker maken, zijn het feit dat we zo ‘connected’ zijn met elkaar, zo geglobaliseerd en wederzijds afhankelijk, en het feit dat om flinke schade aan te richten met bv terrorisme, je met steeds minder mensen en financiën aankan.
Maar waar ik het boek interessant vond beginnen, met een verfrissende insteek over de thermodynamische onmogelijkheid van het instandhouden van het Romeinse rijk versus entropie, gaat het boek snel over in een opsomming van dingen die..nou ja, kort gezegd, niet zo mooi zijn voor ons. ‘Things don’t bode well’ lijkt de boodschap van de opvolgende hoofdstukken over bevolkings/rijkdom imbalansen in derde wereld landen, schaarser wordende energie en het probleem van ‘energy returned on investment’ (denk aan Romeinse akkers: je moet er meer uit krijgen dan je er in stopt), milieudegradatie in alle vormen en maten (zoals visstanden die verdwijnen) en klimaatverandering over de wereld heen. Met als bonus hoe instabiel een financieel systeem is waarbij investeerders met een druk op de knop miljoenen danwel miljarden uit een economie kunnen pompen als het mis lijkt te gaan (wat een leuke self-fulfilling prophecy geeft).
Helaas zijn die hoofdstukken voor mij al oude koek. Als iemand die regelmatig theoildrum.com bezoekt(bezocht) ken ik al veel van de factoren van hoe mis het aan het gaan is. Daartegenover is het boek misschien een goeie introductie juist voor de doem-denkers in spé; peak-oil theory wordt bijvoorbeeld kort maar krachtig uitgelegd, en veel economische issues worden goed behapbaar gemaakt. Het boek krijgt bonuspunten van mij voor het noemen van niet zo heel bekende issues, zoals de youth-bulge in sommige ontwikkelingslanden; in Yemen, Nigeria en Ethiopië bijvoorbeeld zijn 50% van de mannen tussen de 15 en 29 jaar oud; de leeftijd waarop iemand strijdbaar (/naïef) maar vaak nog zonder vaste baan of gezin is. Gemiste kans is het niet leggen van het verband olie en voedsel, vooral gezien z’n introductie over hoeveel graan en hooi er in het collosseum gegaan is.
Homer-Dixon beschrijft ook de menselijke neiging slecht nieuws of indicatoren van komende narigheid te negeren totdat het (bijna) te laat is, en zijn remedie in het boek lijkt te zijn om de lezer plat te gooien met ellenlange opsommingen van wat er mis kan gaan. Hij haalt tegenargumenten aan, geeft meestal aan dat ze niet veel steek houden, en gaat ze tegen met nog meer pro-argumenten. (Daarbij hetzelfde begaand als hij de sceptici van beschuldigd: eclectisch en oppervlakkig argumenten uitzoeken)
Op een gegeven moment zat ik het boek met tegenzin door te werken, tot er connecties gemaakt begonnen te worden. Voortbouwend op de civilization-downfall-klassieker How Complex Societies Fail, legt hij kort de panarchy theory uit, oorspronkelijk bedoeld om te schrijven hoe bossen plots massaal en semi-onverwacht sterven, doordat ze steeds gespecialiseerder en geoptimaliseerder worden (meer verbonden en wederzijds afhankelijk van elkaar), tot er een omgevingsvariabel plots verandert (bv droogte) en ‘things come crashing down’.
Al met al, toch wel een interessant boek. Het had, net als deze review, veel beknopter en interessanter gekund door er in te snoeien tot het essentiële overblijft, maar vooral voor mensen die zich in willen lezen in dingen achter de schermen die mis (kunnen) gaan, een goeie introductie tot het onderwerp. Ergens lijkt het een jumble van verschillende ideeen die allemaal in het boek gepropt moesten worden (300+ pagina’s). Het boek is vóór de kredietcrisis geschreven, maar ik denk dat als het nu geschreven zou worden aan de basic inhoud niet veel zou veranderen behalve een ‘Zie je wel?’ ergens er bij gezet. Want veel uit het boek blijft relevant, met concepten als EROI (Energy Returned On Investment) en de panarchy theory met z’n ‘cycles within cycles’. Maar de uiteindelijke belofte van het boek, de Upside van Down, wordt niet waargemaakt. Het boek is eigenlijk vrij deprimerend met z’n waslijsten aan deprimerende feitjes. Dat de schrijver uiteindelijk komt met de suggestie dat we al een heel end komen door ons bewust te zijn van de issues, en problemen niet per se met meer complexiteit moeten proberen op te lossen zijn op zich wel goed, maar hij is daarvoor al te lang bezig geweest de lezer te overtuigen dat het sowieso geheid mis zal gaan zodra onze problemen op het verkeerde moment samen komen, wat gebeuren zal. Verhoogde creativiteit nadat iedereen met een schone lei begint (wat hij dus voorspelt) be damned.
Wat dat betreft geeft het idee van de zombie-apocalypse me tenminste een meer strijdbaar gevoel, want daar kun je meer aan doen op persoonlijk niveau.










