0

The XX – XX (2009)

Eighties zijn hot. Nee, bands vergalloperen zich tegenwoordig niet meer aan de gestileerde kapsels van Duran Duran, de bubblegum-looks van Cyndi Lauper of de modebewuste stellages van Boy George, maar steeds vaker verweven bands krakkemikkige casio-tjes, loeiende synthesizers en brakke drumritmes in hun notenspielerei. Naast fleurige kitsch, bleek in de jaren tachtig ook ruimte voor romantiek en drama. Bands gingen experimenteren met electronica onder het motto ‘Wat Phil Collins kan, moet toch beter kunnen’. De toevoeging van zulke electronica betekende zowaar de opmars van een nieuw genre, de ‘wave’.

Less-is-more

The XX mogen dan wel in de jaren tachtig nog luiers hebben gedragen, de erfenis ervan is hen niet vreemd. Daar waar Editors of Kaiser Chiefs proberen de jaren tachtig te doen herleven door plat gebruik van een synthesizer, hanteert XX, bestaande uit vier praktisch tienertjes uit London (hoewel, drie, want op het moment van deze recensie verlaat de toetseniste net wegens overmoeidheid de band), in hun debuut-cd het befaamde less-is-more principe. Grofweg wil dit zeggen dat je niet een hele band nodig hebt om mooie, beklemmende muziek te maken. Met een minimum aan experimenten wint de muziek aan zeggingskracht mits je wat te zeggen hebt. De combinatie met electronische drums garandeert vervolgens een kille, weerbarstige sfeer die typerend is voor vleermuisminnende bands. Kalm, kaal, en krankzinnig lekker. XX is dan ook koren op de molen voor elke fan van ‘Seventeen Seconds’ van the Cure of van het werk van bijvoorbeeld de Duitse band Grauzone. XX valt in hetzelfde rijtje van sombere gloompop, waarin vooral de afwisselende zangpartijen opvallen. Alsof Romy Madley-Croft (gitaar) en Oliver Sim (bas) elkaar voortdurend dromerig in de ogen staren als ze elkaar als minnaars vlak voor een partijtje matrassenmambo opgewonden toefluisteren: ‘I think we’re superstars‘(VCR) of  drie maanden na het uit elkaar gaan tijdens een telefoongesprek ‘Sometimes, I still need you’ (Heart skipped a beat).

YouTube voorvertoningsafbeelding

Op de iPod

Na opener ‘Intro’ is al duidelijk dat hier geen vrolijke jongens springerige puberpop maken waarop het brallerig party-en wordt. Een sobere gitaarriff wordt kunstig aangekleed met wrijvende drums, terwijl er zweverige zangpartijen op de achtergrond zijn te horen. Noem het maar ‘intro’, zullen de bandleden hebben gedacht, want hier een zangpartij op verzinnen bleek te moeilijk. Beetje neuriën dan maar. Desalniettemin, sfeerbepalende opener. Crystalized is de toptrack van het album, hét nummer dat deze herfst in menige vampierenkelder door de speakers zal gaan. Een fijne gitaarriff verzuipend in reverb, terwijl er op de achtergrond een mistige toetsenpartij als koude, verloren wind door opvallend lege notenbalken suist. VCR is de tweede toptrack van het album, volgens dezelfde formule gemaakt. De lijzige zangpartij van Oliver die er voortdurend geen zin in lijkt te hebben werkt wonderwel met de melodieuzere partij van Romy, en uiteindelijk werkt het nummer naar een prachtige climax toe.  Night Time en Do You Mind worden dan weer zelfs sexy dansbaar. Opvallend is wel dat timing troef is bij XX. Door een minimum aan instrumenten is er meer ruimte spaarzame instrumenten op de juiste momenten te laten schitteren en zo een achtergrondpartij naar de voorgrond te tillen als een heuse solo of door op het juiste moment over te gaan tot samenzang. De cd voelt alsof de muzikanten als het ware eenzaam in een lift stonden te musiceren om de tijd te doden. Of, zoals de galmende dreiging van Fantasy doet vermoeden, een gigantische lege, duistere  fabrieksloods waar je je ineens heel klein voelt.

Uit de grafkoffer door een cover?

Natuurlijk zijn er enige minpuntjes. De nummers beginnen na verloop van tijd wel een beetje op elkaar te lijken, een euvel waar wel meer minimalisten mee kampen. En een groot publiek ligt niet weggelegd voor XX, dat liever zal gaan dansen, springen en joelen bij bands als Editors dan de gekwelde zang van Oliver door merg en been te laten gaan. Speaking of which, na Oliver’s zang een aantal nummers te hebben geluisterd, doemt die fameuze opmerking van naar ik meen de Oasis-broertjes Gallagher op toen ze gevraagd werden wat ze vonden van Radiohead: ‘that guy (zanger Yorke) needs a pizza and a blow-job’. Verder is het jammer dat XX juist moest doorbreken met een cover. Teardrop, van Womack & Womack krijgt dan wel een waardige en uiterst aanstekelijke less-is-more behandeling, maar toch. De eigen nummers van XX mogen er beslist ook zijn. Dat zo’n band dan juist via een cover bekend moet raken, vind ik persoonlijk een beetje jammer. Maar goed, zolang deze band over twintig jaar voor hun muziek wordt herinnerd, en niet dankzij experimentele kapsels of psychotische make-up, is dr. Clavin al dik tevreden.

YouTube voorvertoningsafbeelding

avatar geschreven door op 24 november 2009

Reageer

Anti-Spam vraag :