1
Gerry (2002)
Echt bekend met het werk van Gus van Sant ben ik niet, maar dankzij de in 2002 uitgekomen Gerry ben ik toch wel benieuwd geraakt in wat die man nog meer uit zijn hoed heeft getoverd. Een film die beschreven werd als ‘twee dudes die anderhalf uur lang rondlopen zonder iets te zeggen’, en dat is nog vrij accuraat ook. Snel afgeleide mensen opgelet; slome, experimentele film incoming!
Gerry is in essentie waanzinnig simpel. Twee vrienden (Matt Damon en Casey “Robert Ford” Affleck) besluiten te gaan wandelen op een vrij afgelegen natuurgebied. Na een tijdje voortsjokken komt het besef dat ze van het spoor af zijn geraakt. Een beetje gedesoriënteerd zoeken ze naar het wandelpad maar krijgen dit niet meer gevonden. Als de nacht valt is duidelijk dat ze verdwaald zijn in een droog, verlaten gebied. Erger nog; zonder water of enige tools om te kunnen overleven.

Het nare aan deze film is het perfect overgebrachte gevoel van isolatie. De situatie waar de hoofdpersonen in terechtkomen zou in de handen van de verkeerde regisseur totaal worden verknald, maar van Sant maakt het een ingetogen en daardoor juist angstaanjagende ervaring. Less is more, en dat zullen we weten ook. Bereid je dus voor op minutenlange shots van Damon en Affleck die door een droog landschap lopen. Dat klinkt natuurlijk nogal suf en misschien een beetje pretentieus, maar het is dé manier om de situatie waarin deze gasten zich bevinden realistisch over te brengen.
De omgeving is prachtig, en enkele hele fijne 360 graden shots brengen het gevoel van weidsheid zeker prima over. Door al die landschap-shots voelt de film soms zelfs documentaire-achtig aan, en je verwacht dan ook elk moment dat David Attenborough begint te babbelen over de Zuid-Amerikaanse spitsneustapir. Maar in dit onherbergzame gebied zijn er geen dieren te vinden, geen water, alleen wat taai onkruid. Je ziet zelfs geen vogels overvliegen. De waardering voor de omgeving verandert langzaam in een gevoel van ongemakkelijke angst. Alles lijkt op elkaar, herkenningspunten zijn er amper. Het hele landschap is één grote dodelijke val voor iedereen die er ongewild in terecht komt. Brrr.

Dialoog is beperkt en deels gemompeld, en na een tijdje praten Damon en Affleck helemaal niet meer met elkaar. Een eenzame situatie wordt zo nóg frustrerender, en alleen het hypnotiserende ritme van voetstappen op een rotsachtige bodem verbreekt de drukkende stilte. Het is ook nog eens ongemakkelijk om te zien dat de hoofdpersonen verkeerde keuzes maken, véél te laat en half wanhopig hun positie proberen te traceren en langzaam uitgeput beginnen te raken. En waar je normaal vermoedt dat de personages het uiteindelijk wel redden wordt dat met elke minuut sterker in twijfel getrokken. De omgeving zuigt met elke stap hun kracht weg, en door de ongemakkelijk lange takes is er ook voor ons als observant geen ontsnapping mogelijk. Het hoogtepunt is een zonsopkomst in real-time terwijl Damon en Affleck op een griezelig sloom tempo meer dood dan levend door een leeg landschap strompelen. Maar goed, zoiets is intens voor de ene kijker, en doodsaai voor de andere.

Gerry is zeker geen film voor iedereen. Wie is nou zo gek om anderhalf uur naar verdwaalde Amerikanen te staren? Maar de types die een gokje durven te wagen en iets experimenteels willen proberen vinden hier iets vrij speciaals. Of het een rewatch waard is durf ik (nog) niet te zeggen, maar de eerste keer is mij in ieder geval goed bevallen. En ik heb er nog wat van geleerd ook; de volgende keer dat ik de deur uit stap neem ik in ieder geval een wilderness survival pakket mee. Je weet maar nooit wáár je strandt op weg naar de supermarkt.











Gus van Sant, sinds hij Kurt Cobain wegzette als een imbeciele neanderthaler die mompelend zijn dagen sleet totdat hij eindelijk na een tergende twee uur filmkijkers eindeloos te vervelen zelfmoord pleegt, ben ik niet meer zo’n fan van de man. Alhoewel, Milk was dan weer best goed. Voordeel vd twijfel dan maar?