3
The Winston Effect
Ik kan me geen sci-fi filmfans voorstellen die niets hebben met films als Aliens, Terminator 2, Jurassic Park en Predator. Dit zijn stuk voor stuk werkjes die bol staan van het spektakel en er nog eens (voor hun tijd) verrekte goed uitzien ook. Dit laatste is niet helemaal vreemd; de rode draad in de genoemde films is het bedrijf dat de fysieke effecten er voor verzorgde; Stan Winston Studios. Pas na het overlijden van de oprichter Stan Winston in 2008 kwam ik achter het bestaan van een boek dat 2 jaar eerder uitgegeven was en een uitgebreid kijkje geeft in de keuken van deze man en zijn studio. Het vooruitzicht naar allerlei details over de productie van Aliens was al genoeg reden om dit boek in huis te halen, maar uiteindelijk bevat het zo, zo veel meer.
Het eerste wat opvalt aan het boek met de volledige titel ‘The Winston Effect: The Art & History of Stan Winston Studio’ is dat het heerlijk groot is. Dat komt goed uit, want het tweede element wat je aandacht zal grijpen is de hoeveelheid en kwaliteit van de gebruikte foto’s. Bereid je voor om je te verliezen in elke pagina die je openslaat. Van een uit vuilniszakken en stukken hout bestaande opzet voor de afmetingen van de Alien Queen die uitgetest wordt op de parkeerplaats tot schetsen van robots uit de film A.I. en niet van echt te onderscheiden gorillakostuums voor (suffe films als) Congo en Instinct.
De weg die Stan Winston heeft moeten afleggen om werkelijk aan de top te komen is minstens zo interessant als de films waar aan gewerkt is. Aan het begin van z’n carrière was Winston werkzaam als een random dude in de make-up business, een vakgebied dat destijds in de filmindustrie weinig respect kreeg. Vaak kwamen de mensen die dit verzorgden niet eens op de aftiteling van hun projecten, en de wat koppige en drammerige Stan pikte dit niet. Achteraf kan hij lachen om zijn jonge arrogante gedrag, maar zijn aandringen heeft er uiteindelijk wel voor gezorgd dat dit onderdeel van ‘het wereldje’ in aanzien ging stijgen.

Het is heel erg gaaf om te lezen hoe Winston met stappen steeds verder kwam en grotere projecten wist te krijgen. Het begon met make-up die een gekleurde actrice ouder moest laten lijken. Hierdoor kreeg hij de klus aangeboden om Michael Jackson in The Wiz tot een halve robot om te toveren. Dit leidde tot werk aan een soap-comedyserie over robots, en hierna kwam Winston via via in contact met James Cameron die iemand zocht om specifieke robot-effecten in Terminator te verzorgen. Vanaf dat punt is de reputatie van Stan Winston alsmaar gestegen.
Omdat de films in chronologische volgorde worden besproken zie je ook de gebruikte technieken voor de modellen, pakken en fysieke effecten steeds beter worden. Stan Winston was groot voorstander van het fysieke effect boven computer graphics, iets wat tegenwoordig helaas ver te zoeken lijkt. Het is dan ook erg fijn te zien dat fysieke effecten in de Winston films erg belangrijk blijven, met CGI voornamelijk als hulpmiddel en niet de oplossing. Een goed voorbeeld is het teddybeertje uit A.I. dat in elke scène blijkbaar door meerdere puppeteers werd gemanipuleerd, die er later door de computer netjes uit zijn gepoetst.
The Winston Effect is het leukst als het over de grote budget projecten gaat, met Jurassic Park toch wel als het paradepaardje. Pas tijdens het lezen sta je stil bij hoe intens krankzinnig het is om een model te maken van een T-rex. En bij de productie hiervan steken er een hele hoop met tot op dat moment unieke problemen de kop op; hoe zorg je dat zo’n ding niet te zwaar wordt? Kun je er zeker van zijn dat het veilig is voor de acteurs op de set om rond zo’n gigant te moeten acteren? Hoe ga je een mechaniek in elkaar steken om de dino zo geloofwaardig mogelijk te laten bewegen? Regelmatig kwam de Winston studio crew voor dit soort problemen te staan, en in extreme gevallen waren het issues die een paar uur voor filmen opgelost moesten worden omdat een regisseur tóch iets in de regen wilde filmen of een model een hele nieuwe serie bewegingen moest kunnen maken.

Als je houdt van anekdotes kun je ook je lol op met dit boekwerk. Zo kun je haast de stress voelen van de kerel die een kinderschedel uit realistisch lijkend materiaal moest maken die in het begin van Terminator 2 door een van de robots wordt vertrapt. James Cameron stond bekend als perfectionist dus had de gast in kwestie expres wat extra schedels gemaakt om reserve te hebben, just in case. De scène zelf moest precies goed getimed worden qua explosies op de achtergrond, de juiste beweging van het Terminatorbeen, en cameravoering. Take na take vond Cameron het niet goed genoeg, en ondertussen raakte de al groter dan geplande voorraad schedels steeds sneller op… Uh oh…
Hey, nu we toch bezig zijn, wat gave feitjes die in The Winston Effect te vinden zijn, die vast ook op de DVD’s van de bijbehorende films genoemd worden, maar dat terzijde:
- Jurassic Park bevat maar 15 minuten aan dinosaurussen in beeld, 6 minuten daarvan zijn CGI.
- Jean-Claude van Damme zou eigenlijk de Predator moeten spelen, in een pak dat totaal niet lijkt op het kick-ass monster dat het uiteindelijk zou worden en waarbij de acteur eigenlijk constant in een harnas van de grond getild zou zijn.
- Het originele Alien kostuum uit de eerste film bestaat deels uit zwartgeverfde flessedopjes, op een vest geplakte macaronivormpjes en zwarte Converse tennisschoenen in een latex hulsje.
- Het androidbloed dat uit Lance Henriksen schiet in de finale van Aliens is een mix van melk en yoghurt, wat na enkele dagen filmen gigantisch ging stinken waardoor niemand van de crew bij hem in de buurt wilde komen.
- In Terminator 2 zitten 300 individuele fysieke effecten, voor die tijd een record.
- Tijdens het werk aan de T-rex voor Jurassic Park viel de stroom uit in de studio, waarbij het gigantische model in ruststand-positie kwam. Maar op dat precieze moment zat er iemand in het model, tussen al die hydraulische cylinders en vlijmscherpe metalen platen. Uh oh! (Het liep allemaal goed af hoor)
- Anne Rice was woedend toen ze hoorde dat Tom Cruise gecast was voor Interview with the Vampire, en Stan Winston werd daardoor woedend op Anne Rice en kafferde haar flink uit in het openbaar. Later blijkt dat ze echt een gigantische fan van hem is, met zelfs enkele life-size versies van zijn modellen in haar kantoor. Awkwarrrrd.
Het is heel simpel: als je houdt van de eerder genoemde sci-fi-actie klassiekers dan MOET je dit boek simpelweg in huis halen. Je waardering voor de films in kwestie wordt alleen maar groter, en je gaat met nieuwe ogen kijken naar effecten en visuals die (als jonge kijker) vaak voor lief genomen worden. Ook als je een gemiddelde interesse hebt in hoe de effecten van films achter de schermen tot stand komen is dit een bijzonder naslagwerk. De anekdotes zijn gaaf, de foto’s zijn geweldig, en het was zeer fijn om meer te weten te komen over de man die het allemaal voor elkaar heeft gekregen. Stan Winston, bedankt voor het prikkelen van mijn fantasie dankzij je werk en het significant meer awesome maken van mijn jeugd. I salute thee.











Hm, maar raak je niet juist uit de suspension of disbelief als je er meer bewust van bent hoe het ‘eigenlijk’ in elkaar steekt?
Ik kan me voorstellen dat als je het boek leest vóórdat je een van de besproken films hebt gezien, je dan met wat andere ogen naar het geheel gaat kijken. Maar van de meeste effecten weet de ervaren kijker al dát het effecten zijn, dus is de enige ontbrekende link nog het “hoe hebben ze dat gedaan”, en hoe zwaar dat je kijkplezier weghaalt zal voor ieder anders uitvallen. De films in kwestie zijn wat mij betreft zó awesome dat het niet afhangt van de suspension of disbelief om er van te genieten, en heb ik meer respect gekregen voor het hele effecten-proces. Plus staat het boek zó bol van de feitjes dat je ze nooit allemaal blijft onthouden, dat scheelt ook! :p
Klinkt als een interessant boek : ) Ik vind het vaak ook rete-interessant om te weten wat de techniek achter de films is. *krabbelt iets op verlanglijstje*