0

The Wolfman (2010)

Onlangs werd ik gedwongen Wolverine: Enemy of the state te lezen door Dorkside’s eigen Marvel-promotie-team (lees: een norse Bartelen met de villeine boodschap mijn collectie DC-Batman-figuurtjes in de kleuren van Captain America te verven als ik niet gehoorzamen zou). Daarin wordt Wolverine gehersenspoeld, waarna hij gans het superheldenrijk (althans, de Marvel-tak) achter zich aan krijgt. Verwonderlijk genoeg moest ik er regelmatig aan denken bij het zien van The Wolfman, een remake van de horrorklassieker uit 1941 met oppervampier Bella Lugosi. Wolverine mag dan zijn wortels vinden in het weerwolf-concept, de vraag is of een huidige terugkeer naar de originele weerwolf nog steeds werkt.

De legende..

In The Wolfman wordt Lawrence Talbot (Benicio del Toro) ingeschakeld door de vrouw van zijn broer (Emily Blunt) om te onderzoeken waar haar geliefde gebleven is. Al snel blijkt broerlief tot kleine reepjes shoarma te zijn gereten in de donkere bossen rondom Talbot Manor, het familie-optrekje dat haar laatste renovatie een eeuw of drie geleden zag, en waar de huishoudsters niet eens meer de spinnewebben van de trap poetsen. Vaderlief (een fantastische Anthony Hopkins) ontvangt zijn zoon koeltjes, ze hebben elkaar dan ook jaren niet meer gesproken. In het dorp ontstaat ondertussen de nodige rumoer, want er wordt al langer gesproken over die weirdo’s van Talbot Manor, die allen volgens de waard van de herberg vervloekt zijn. Door wie en waarmee, who knows, maar het is aan inspecteur Frederick Abberline (Hugo Weaving; jaja, Mr Smith) om erachter te komen wat voor monster de onschuldige dorpsbewonertjes elke volle maan vrolijk oppeuzelt en gaat zitten huilen naar de maan.

Remake of origineel

Er zitten een flink aantal verschillen tussen de moderne versie en zijn voorganger. Zo kiest Joe Johnston, die zich binnenkort op Captain America stort, voor een setting in de jaren 1800. Koetsen. Mannen met pijpen. Grote sierlijke snorren. Toch is Waggner’s versie (1941), gesitueerd in zijn moderne heden (1941 dus) er beter in geslaagd paranoia en achterdocht in het dorp te kweken door het uitblijven van een wetenschappelijke verklaring voor de mysterieuze moorden. Bovendien lukt het hem, zeldzaam in horrorfilms, het mysterie van de weerwolf zelfs blijvend in nevelen gehuld te laten. We zien de hoofdpersoon daar wél geloofwaardig afglijden naar ongekende niveaus van twijfel en onzekerheid. Benicio del Toro, overigens goed gecast met zijn stelselmatig tragische blik, slaagt daar minder in. Eerlijk is eerlijk, het huidige script biedt hem minder middelen ertoe, er moet actie komen! Er is in de huidige versie dan ook veel minder twijfel omtrent de weerwolf. Het beest wordt al snel gesignaleerd tijdens een slachtpartij, exit mysterie. De nieuwe weerwolf boezemt wel veel meer angst in dan de oude, die meer weg heeft van een dronken bebaarde Rus met een bontmuts op. Ook is de vader-zoon relatie overtuigender neergezet. In Waggner’s variant reageerden vader en zoon emotioneel erg lauw op de dood van Lawrence’s broer en zijn ze na 18 jaar elkaar uit het oog te hebben verloren onmiddelijk dikke vrienden. Leuk detail: vader Talbot draagt voortdurend een wandelstok bij zich, en laat die nu net een cruciale rol spelen in de originele versie.

The… Simpsons…

Zal deze remake een even klassieke status verwerven als het origineel? Nee, dat niet. De film laat de schrikmomenten over elkaar buitelen, en vaak té voorspelbaar. Bovendien is er kennelijk zoiets als schrik-inflatie. Niets is zo eng als sluipen door een donker, mistig bos in de wetenschap dat er iets achter de bomen watertandend naar je kijkt, klaar om je te verslinden wanneer hij wil. Maar mede door Danny Elfman’s neurotische muzikale score lijkt er achter elke tak, en zelfs in volle zon overdag in elk huis, gang, of taveerne iets spannends voorhanden. Ongeloofwaardig. You can’t blame him, hij werkt normaliter voor de minder subtiele Simpsons– die geheel toevallig zich onlangs afvroegen of de oude monsterconcepten nog in de moderne tijd horen. In dit geval is Elfman zelf te vaak hoofdschuldige voor het verpesten ervan. Kortom, geen horrorklassieker. Voor een thriller zijn er te veel expliciet rondslingerende darmen en te grafische onthoofdingen, en is er een te voorspelbaar scenario zonder noemenswaardige plotwendingen dat met wat kleine toevoegingen overigens vele malen interessanter had gekund, door bijvoorbeeld de paranoia in het dorp langzamer te doen aanzwellen. Is het dan op zijn minst een acceptabele toevoeging aan de bestaande set weerwolf-films? Dat zeker wel. Bekijk de concurrentie maar, teenytrash (Michael J. Fox’s Teen Wolf), action-packed monstrositeiten (Underworld), Britse Bottom-esque splattergore (Dog Soldiers), en overharige kasteelromannetjes (Jack Nicholson’s Wolf). De concurrentie is niet bepaald fantastisch. Wat dat betreft scoort The Wolfman een dikke voldoende in het genre.

Wolverine?

En Wolverine? Net als in Wolverine: Enemy of the state, is deze wolfman harig. Minder bakkebaarden dan Hugh Jackman, doch met meer borsthaar. Ook hier krijgt de aanvankelijk goedaardige held al snel iedereen achter zich aan, omdat zij korte metten met hem willen maken. En bij het lezen van die strip, viel op dat de kleur en sfeer vrij grimmig en donker bleef. In Wolfman verwacht je als kijker tussen de episodes waarin de volle maan door de bomen gloort, een ander type sfeer. Het had de film beter gebalanceerd, echter, het blijft naar, grijs, en grauw van begin tot eind. Tenslotte, net als Marvel’s harige titanium scheermessenslingeraar, is the Wolfman een action-packed, amusant kermisritje geworden door een spookhuis waar je meent al wel eens eerder te zijn geweest. Voor liefhebbers echter die smachten naar eindelijk weer eens een acceptabele weerwolvenfilm, is daar helemaal niets mis mee.

avatar geschreven door op 18 februari 2010

Reageer

Anti-Spam vraag :