0
Samurai Champloo

Het is een tijd van onrust en geweld. Er geldt een algehele wetteloosheid en zij die dimme fakkel van de gerechtigheid dienen te dragen zijn incompetent of corrupt. De wereld om je heen is een gevaarlijke plaats waar je op elk moment kan eindigen met een mes in je rug, gelynched of zelfs onthoofd. Alleen de sterken overleven, alleen de sterken gedijen. Je herkent ze meteen: sommigen zijn wild en exentriek, kunnen hun mond niet houden en hebben lak aan autoriteit. Anderen proberen zo min mogelijk op te vallen, zijn beleefd, welgemanierd en kalm. Ze lopen allemaal met hun wapens duidelijk zichtbaar en pronken hiermee. Soms dagen ze elkaar uit; voor de eer van winnen, om de dood van een geliefde te wreken of voor hun eigen ego. Maar voor de zwakken geldt meestal ‘ken je plek’: een verkeerde blik en je leven komt tot een vlug en gewelddadig eind.
Als je dit leest waar denk je dan aan? Wat voor een soort omgeving of tijd plaats je dit in? De gettos van ons eigentijdse New York? Of Japan in het begin van de zeventiende eeuw (beter bekend al de Edopriode)? Samurai Champloo is een kindje van animé director Shinichirō Watanabe die na zijn roemruchte serie Cowboy Bebop aan Samurai Champloo is begonnen. Champloo is een verbastering van het Japense woord chanpuru (Okinawaans dialect) wat “mix” of “mengsel” betekend en de serie mixt het (in Japan) welbekende edoperiode samuraidrama met de straatcultuur van de Amerikaanse gettos en andere counter-cultures. Zo biedt Samurai Champloo rappende boeren, blowende yamabushi, beatboxende samurai, een grafiti-dojo, breakdancing, yakuza’s die eruit zien als punkers, gangwars en een aflevering gewijd aan honkbal.
De serie draait om Fuu, een vijftienjarige seveerster die vagebond Mugen en ronin Jin redt van executie. Mugen en Jin worden haar yojimbo (lijfwachten) op haar zoektocht naar de Samurai die naar zonnenbloemen ruikt. Tijdens deze reis beleven ze allerlei verschillende avonturen. Verwacht op dit punt qua plot geen Cowboy Bobop. Het plot van Samurai Champloo is zelf dunner dan het plot van Cowboy Bebop en is, op een paar dubbele afleveringen na, niet continu. Door de afleveringen heen vordert hun reis van Edo naar Nagasaki, maar daar is alles mee gezegd. Er is niet veel opbouw van spanning, geen doel waar ze naar toe aan het werken zijn dat steeds moeilijker wordt, alleen een serie losstaande verhalen die overal hadden kunnen gebeuren. Het lijkt zelfs alsof de laatste drie afleveringen, een drieluik, er haastig aangeplakt was om de serie enige vorm van sluiting te geven. De plot van deze drie afleveringen komt simpelweg uit het niets op en probeert aan strohalmen zichzelf te binden met de achtergrondverhalen van de drie hoofdpersonages. Erg jammer en ik had dit niet verwacht van de man die ons Cowboy Bebop heeft gegeven.
Op hun reis maken de hoofdrolspelers allerlei avonturen mee en ontmoeten (en doden) een hoop verschillende mensen. Hier steekt ook het tweede gebrek aan de serie de kop op: op Fuu, Jin en Mugen na zijn er weinig personages die echt blijven hangen. De bijrollen van de serie zijn zo dun als papier; een verzameling typetjes die makkelijk te vergeten zijn. De enige die bij mij is blijven hangen is de homofiele VOC-voorman die Japans met een zwaar Drenths accent spreekt (volgens mij ook de enige keer in Animé-geschiedenis dat er ooit Nederlands gesproken werd).
De hoofdrolspelers zijn ook ietwat cliché. Jin is de archetype “wandering ronin”: een rustige, behouden, ingetogen en beleefde jongeman die weinig spreekt en zeer goed is in zwaardvechten. Zijn vechtstijl bestaat vooral uit orthodoxe kenjitsu-technieken die ik zelfs geleerd heb tijdens de paar Iaido-lessen die ik heb gevolgd. Hij is ook de serieuze tegenpool van Mugen die luidruchtig, arrogant en onverfijnd is. Mugen zit achter vrouwen aan, zuipt, vreet veel en gaat naar de hoeren. Hij heeft zichzelf leren zwaardvechten en zijn stijl is een soort kruising van kenjitsu en breakdancing/capoeira. Fuu is weer een typisch “Tsundere” typetje; een jonge vrouw met typische tomboy eigenschappen (kort londje, brutaal, opstandig en soms vervelend) en die onder bepaalde omstandigheden ineens een hart van goud schijnt te bezitten. De chemie en omgang tussen Fuu, Jin en Mugen is zeer grappig; varierend van scherpe one-liners tot zelfs slapstick.
Ook al heeft de serie een slap plot, vergetelijke bijrollen en voorspelbare hoofdrollen is Samurai Champloo geen slechte serie. De serie combineert de typische Edoperiode samuraiverhaal met de hiphop cultuur uit de States. Vreemd genoeg voelt dit niet “out of place” aan en zonder de yo-homies attitude, sterke hiphop soundtrack en subtiele anachronistische elementen zou het de zoveelste edoperiode samurai-drama zijn. Het is de artistieke visie achter dit fenomeen dat het toch weer sterk distanciëert van de rest van series uit dit genre en biedt voor het eerst wat meer lichthartig vermaak vergeleken met Blade of the Immortal, Ninja Scroll of Basilisk. De vraag wat Samurai Champloo nou weer op je af gaat vuren, is hetgene wat je geboeit laat tot het einde van de serie.










