2
Werckmeister Harmóniák (2000)
Tijd voor een snelle quizvraag: noem drie Hongaarse films, je hebt 20 seconden de tijd. Go!
…Tsja, tricky hè? Ikzelf kom ook niet zo ver. Vanaf vandaag kun je in ieder geval één naam aan dat lijstje toevoegen. Werckmeister Harmóniák, verschenen in 2000, was een van die vage filmtitels die wel vaker genoemd werd in de duistere internet-krochten die ik soms bezoek. Toch kwam ik er steeds maar niet aan toe om dit werkje te bekijken… dat krijg je als er alternatieven zijn met iets meer tot de verbeelding sprekende titels als Mega Shark vs Giant Octopus. Na toch maar een sprong in het diepe te nemen ontdekte ik al snel dat we hier met een heel erg bijzondere film te maken hebben. Zeker niet voor iedereen, maar voor mij een van de meest unieke kijkervaringen van de afgelopen tijd, dat sowieso.
Het geheel speelt zich af in een niet nader genoemd Hongaars dorp. Er heerst een bedrukkende sfeer, en er hangt een moeilijk te omschrijven sluier van ongemakkelijkheid over alles. Al snel blijkt dat de situatie in het dorp verre van ideaal is. Stroom is er amper, levensmiddelen zijn er maar in beperkte mate, mensen zijn ontevreden en de bittere winterkou helpt ook niet veel. De mensen worden alleen maar extra nerveus als een rondreizende attractie zich tijdelijk in het dorp vestigt; het kunnen bezichtigen van de grootste walvis in de wereld, en als extra bonus de kans om de Prins te zien spreken. Deze rakker is niet van het type Oranje-Nassau, maar volgens de geruchten juist een onnatuurlijk wezen dat voorspellingen doet en alleen al met zijn aanwezigheid mens en dier op vreemde manieren beïnvloedt.
Hoofdpersoon János is een wat awkward overkomende jongeman die geen vlieg kwaad doet en een simpel bestaan leidt. Als hij door de partner van de dronken (en enige?) agent in het dorp wordt gevraagd een oogje in het zeil te houden gedurende de onrustige periode kan hij geen nee zeggen, maar er zijn dingen in gang gezet die niet meer te stoppen zijn en het hele dorp in gevaar brengen.

Klinkt misschien niet direct heel indrukwekkend, maar het zit hem bij deze film echt in de presentatie. Geen kleur, maar juist sfeervol zwart-wit dat het gevoel van kilheid prima overbrengt en het duister dat overal op de loer ligt zo’n mooie impact weet te geven. De muziek is werkelijk prachtig, en wordt maar mondjesmaat ingezet zodat de impact er van wat groter wordt. Maar de grootste kracht zit ‘m in het krankzinnig goede camerawerk. Om een idee te geven hoe lang de individuele shots zijn; de film van 145 minuten heeft 39 shots IN TOTAAL. Hooooly shit! Elke scène is dus bijzonder lang, maar zo opgezet dat ze niet vervelen. Sterker nog, er gaat een bijzonder sterke hypnotische kracht uit van de camera die haast moeiteloos door de omgeving glijdt. Het is zó waanzinnig indrukwekkend (al kan het gekker; de film Russian Ark bestaat in z’n geheel uit één shot) en voor een filmsnob-in-wording als ikzelf een genot om te ervaren.
De emotionele climax vindt plaats bij het binnenvallen van een ziekenhuis, met een conclusie waar je even stil van wordt. Zonder een woord te zeggen worden onze emoties als een speelbal heen en weer geknald. Als je tegen die tijd nog niet in slaap bent gevallen, teminste.
Het grootste (of als je het mij vraagt, enige) probleem is dat de film echt wel even op gang moet komen. De eerste 50 minuten gebeurt er in principe niet zo veel spannends en wordt voornamelijk de zorgzaamheid van János en zijn wat dromerige natuur benadrukt. De openingsscène, waarin hij uitlegt hoe ons zonnestelsel in elkaar steekt aan een kroeg vol dronken Hongaren bij sluitingstijd wat eindigt in een onverwacht roerende combinatie van oorstrelende muziek en ronddraaiende bezopen mannetjes, is hier een prachtig voorbeeld van. Tsja, je moet het zien om het te geloven. Of misschien niet; net als in de film Gerry moet je een geduldige kijker zijn. Ook hier zitten een paar shots van mensen die een ongemakkelijk lange tijd gewoon.. nah ja.. lopen. Verder niks. En toch heeft het iets betoverends en werd ik echt in de film gezogen.
Je moet wel in de juiste stemming zijn om Werckmeister Harmóniák te kijken. Niet op een drukke avond waarop iemand naast je op de bank aan je hoofd zit te zeuren of er elk moment mensen op bezoek kunnen komen. Misschien zelfs het beste in je eentje. En verwacht geen strakke plot-progressie of heftige conclusie op het eind die een hoop stukjes op z’n plaats doet vallen. Dit is echt zo’n ding waarbij de thema’s belangrijker zijn dan de werkelijke individuele plotelementen. En wat de thema’s precies zijn, daar valt ook nog over te discussiëren. Idealisme versus de harde werkelijkheid? Hoe fragiel onze menselijkheid wel niet is? Dat moreel verval onvermijdelijk is? Dat mijn recensies steeds pretentieuzer worden? Een hoop mogelijkheden, en als je het niet erg vindt om wat over een film te blijven nadenken als de credits eenmaal voorbijkomen kun je hier je lol op.











Het schijnt dat Hongaren van nature/culture zwaarmoedig zijn. 2. uit indirecte ervaring weet ik dat Hongaren iig heel raar zijn. Ze denken echt anders dan wij. En daar zijn ze nog trots op ook. De Hongaarse cinema staat goed aangeschreven, ze zijn namelijk niet alleen suicidaal en raar maar ook erg intellectueel ontwikkeld.
Tot zover mijn vooroordelen over Hongaren :p .
Hmhm. Ik vraag me af in hoeverre die verschillen afhangen van de compleet andere taal die ze hebben. Zo zijn ze heel flexibel met waar ze de woorden in de zin plaatsen en of je de persoonlijke voornaamwoorden wel of niet gebruikt, en is alles afhankelijk van vervoegingen.
Maar het opvallendste vind ik dat een zelfstandig naamwoord (vb ‘huis’) die ze met andere woorden en woorduitgangen eigenschappen toebedelen (vb ‘mooi’ en ‘waar door mij in gewoond wordt’) soms de hele zin is.