0

Frederik Pohl – Gateway

Space. The final frontier. And it’s goddamn scary. Dit is kort samengevat zo’n beetje de kern van Gateway, een boek geschreven door Frederick Pohl in ’79 en winnaar van o.a. de Hugo Award en de Nebula Award. De voornaamste reden dat ik het op heb gepikt was omdat het deel uitmaakt van de SF Masterworks serie waarvan tot nu toe elk boek eigenlijk wel is bevallen, met Flowers for Algernon als meest recente toppertje.

Gateway maakte al snel indruk door een bijzonder fijn en tegelijkertijd eng uitgangspunt. Bij toeval ontdekt de mensheid een constructie in een uitgeholde asteroïde, een bouwwerk dat zo’n half miljoen jaar geleden zonder duidelijke reden verlaten is door de mysterieuze makers en nu Gateway wordt genoemd. Het enige wat achter is gelaten door de oorspronkelijke bewoners zijn wat vage voorwerpen waar niemand het gebruik van snapt, en een soort hangar vol met ruimteschepen. Hoe deze schepen precies werken is na jaren onderzoek nog steeds een mysterie, maar met een hoop dodelijke trial and error kan men nu een door de aliens (die de ‘Heechee’ worden genoemd) van tevoren ingeprogrammeerde bestemming selecteren en een retourtrip hierheen maken. Er zijn schepen die qua grootte ruimte bieden aan maximaal één, drie of vijf piloten. Gateway is nu full-time bewoond door mensen, en het voornaamste doel is het lanceren van zoveel mogelijk schepen om zo locaties waar deze aliens ook zijn geweest te bereiken en materialen te vinden die nuttig kunnen zijn voor de mensheid.

Je denkt dan misschien, hey, een space avontuur! Hoe gaaf! Het ontdekken van nieuwe beschavingen en de wonderen van het universum! Maar nee, in de praktijk blijkt het een stuk minder romantisch te zijn. Wat is namelijk het probleem; het merendeel van de vluchten komt niet of met minder bemanningsleden dan bij aanvang terug. Stel je maar voor; je stapt met een paar andere mensen een constructie in die door een ander ras is gebouwd, die 500.000 jaar lang niet in gebruik is genomen, zonder dat je weet hoeveel brandstof nog beschikbaar is, hoe lang de reis gaat duren en wat er in hemelsnaam op je wacht als je dat eindpunt bereikt. Er is voedsel en zuurstof voor een X aantal dagen, maar is dat genoeg? Wie is er in hemelsnaam zo gek om hier aan deel te nemen?
Aan de andere kant zijn er dikke beloningen beschikbaar voor elk soort vondst, en ben je het de mensheid eigenlijk niet verplicht om, ongeacht de risico’s, door te blijven zoeken naar voorwerpen of technologieën die de levensstandaard van de gemiddelde aardbewoner drastisch kunnen verhogen?

Anyways, in het boek volgen we Robinette Broadhead, een man die bij aanvang zijn zaakjes voor elkaar heeft. Een hedonistisch bestaan met geld, vrouwen en het bezoeken van de meest exotische locaties op Aarde. Toch heeft Robinette, die liever Bob genoemd wil worden, wat issues waar hij een (electronische) psychiater voor bezoekt. Met elke sessie (en dat zijn er nogal wat) krijgen we een beter beeld van wat Bob dwarszit en welke problemen hij met zich meedraagt. En al snel ontdekken we dat Broadhead ooit op Gateway heeft gewerkt als piloot, nadat hij met zijn laatste spaarcenten hier terechtkwam. Vervolgens zal het boek afwisselen tussen de psychiater-sessies in het heden en de gebeurtenissen op en rond Gateway.
De passages op Gateway nemen de meeste pagina’s in beslag, deels omdat Bob ontdekt dat hij een probleem heeft met het inschrijven voor een vlucht; hij is doodsbang. Zonder het helemaal voor zichzelf toe te durven geven blijft hij zijn eerste trip uitstellen, terwijl zijn spaarcenten langzaam opdrogen. Can we blame him? Wat zou jij doen?

“While I listened to the professor I could feel the wonder and beauty of space. It was too immense and glorious to be frightening, and it was not until later that I would relate those sinks of radiation and swamps of thin gas to me, to the frail, frightened, pain-sensitive creation that was the body I inhabited. And then I would think about going out among those remote titans and… my soul curled up inside me.”

Uiteindelijk móet hij haast wel, en zo’n reis in een Heechee schip blijkt, naast vrij eng, ook vreselijk saai en frustrerend. Met een groep mensen op een paar vierkante meter wekenlang op weg zijn naar een onbekende bestemming… geen fijn vooruitzicht. Slapen, eten en met elkaar het ‘bed’ in duiken zijn de enige manieren om de tijd te doden. En als je na een veel te lange tijd op de bestemming aankomt kan de hele reis voor niets blijken te zijn. Hoe dan ook, ik waardeerde de manier waarop het hele ruimtereis-concept van alle romantiek wordt ontdaan.

Als lezer weten we bij aanvang al dat Bob uiteindelijk flinke rijkdom verkrijgt, en je blijft je steeds afvragen hoe dan precies. Ook is al snel duidelijk bij de psychiater-sessies dat Bob flink te lijden heeft onder een groot trauma uit zijn verleden. Als we er dan uiteindelijk achterkomen wat dit is… oei. Oei! Dat is een intens NARE situatie. Brrr. Respect voor de manier waarop hier langzaam naartoe is gewerkt, en hoe Broadhead’s dromen en gedragingen logisch voortkomen uit zijn pijnlijke ervaringen.

Het boek heeft om de 2 of 3 pagina’s een interessante manier om een hoop extra informatie en sfeer over te brengen op de lezer. Het verhaal wordt namelijk afgewisseld door pagina-grote extra’s zoals rapporten van (on)succesvolle vluchten, advertenties die op Gateway worden gecirculeerd, passages uit wetenschappelijke presentaties, en de read-outs van de processen van de electronische psycholoog (erg gaaf). Met deze pagina’s komt de setting echt op een hele unieke manier tot leven en hiermee krijgen we misschien niet altijd nuttige maar wel sfeervolle brokjes informatie die met normale narratie maar beperkt overgebracht kunnen worden.

Een voor mij bijkomend pluspunt was het feit dat, wat de Heechee aliens betreft, we eigenlijk niets over hen te weten komen. Als lezer ervaren we alleen wat zij achter hebben gelaten en de klungelige manieren waarop de mensheid dat probeert te begrijpen. Nu zijn er twee vervolgen op Gateway verschenen waarin deze situatie misschien anders wordt, maar als je het boek als stand-alone beschouwt is het best een interessante keuze geweest.

Deels sci-fi, deels psychologie, en in z’n totaliteit best geslaagd. Soms wat traag, maar het is dan ook een boek over één man en zijn issues. Het universum om hem heen komt duidelijk op een tweede plaats. Een gruwelijk enge en intimiderende plaats, dat wel.

avatar geschreven door op 2 april 2010

Gerelateerde artikelen

Frederik Pohl – Beyond The Blue Event Horizon door Bartelen
Stanislaw Lem – Fiasco door Bartelen
Stephen Baxter – Time door Bartelen
Stephen Baxter – Space door Bartelen
Death By Black Hole door Bartelen

Reageer

Anti-Spam vraag :