0
Blade Runner Extravaganza
Het blijft tricky, die science fiction klassiekers. Het is zo dubbel om ze te bespreken, want aan de ene kant wil je graag al dat enthousiasme er over kwijt, aan de andere kant weet 90% van je doelgroep al lang waar je het over hebt en voegen de schamele inzichten en opmerkingen van uw nederige Dorkside recensent weinig toe. De film Blade Runner is een perfect voorbeeld van zo’n type klassieker, wat kun je daar nog voor nieuws over kwijt? Nou ja, als je het in context plaatst van het bronmateriaal en er meer inzichten in krijgt door een later uitgegeven documentaire wordt het weer een tikkie interessanter. Dompel je daarom opnieuw onder in de wereld van identiteitscrises, kunstmatige dieren en op de vlucht geslagen androids.
Do Androids Dream Of Electric Sheep?
Ik zal vast niet de enige zijn, maar ik heb Blade Runner gezien vóór het boek te hebben gelezen. Pas later in mijn leven besefte ik me hoe krankzinnig goed Philip K. Dick’s werk was, en ‘Do Androids..’ uit 1968 is zeker niet zijn minste verhaal. Een hoop thema’s die Dick vaak hanteerde komen ook hier terug; een ellendige toekomst, uitgebluste personages, weirde uitvindingen die een grote impact hebben op onze dagelijkse levens en een haast verstikkende sluier van melancholie.
In ‘Do Androids…’ volgen we Rick Deckard, een vrij ongelukkige bounty hunter die op ‘andys’ jaagt, androids die hun slaafse programmering hebben doorbroken en aan hun menselijke eigenaars zijn ontsnapt. Sommigen proberen onder te duiken op de Aarde, al kun je je afvragen waarom; na World War Terminus is de wereld een radioactieve en zo goed als verlaten ruïne geworden. Het is aan Deckard om nu in een korte periode het werk van een verwonde collega over te nemen; een groep van 6 andys ‘uitschakelen’. Maar dit is meer dan een kat-en-muisspel, want Deckard worstelt tegelijk ook met vragen over zijn eigen identiteit. Wie is er nou eigenlijk de bad guy? En wat betekent het nu echt om een mens te zijn?
Empathie is een van de belangrijkste terugkerende elementen in het boek. Het is het voornaamste ding waarin mensen en androids van elkaar verschillen, maar die lijn lijkt soms wat blurry te worden. Deckard beseft dat hij emotionele connecties vormt met (vrouwelijke) andys en juist heel kil en afstandelijk over andere mensen kan denken. Burgers in deze dystopische samenleving maken ook veelvuldig gebruik van mood organs, apparaten die de gebruiker specifieke emoties laten voelen. Als mensen zichzelf zo weten te ‘programmeren’, in hoeverre verschillen ze dan eigenlijk nog van robots? Extra sappig detail is de waarde die wordt gehecht aan dieren; door de vervuiling van de planeet zijn veel soorten uitgestorven en is het bezitten van een dier een haast sociaal verplicht luxe product geworden. Een groot deel van deze in het openbaar uitgestalde beesten is echter een mechanische variant, omdat échte dieren stukken duurder zijn. Dat terwijl een android door mensen als niet meer wordt gezien dan een object dat amper recht op een eigen bestaan heeft. U ziet, lagen genoeg waarop de thema’s overlappen. Het verhaal an sich is soms wat emotioneel afstandelijk (maar gezien de thema’s is dat wel begrijpelijk) maar ik kan het blijven lezen. De androids zijn slim bezig, en het is zowaar nog best spannend om te lezen hoe Rick Deckard constant op zijn hoede moet zijn omdat één misstap hem al fataal kan zijn.
De schrijfstijl is herkenbaar voor fans van Philip K. Dick. De dystopische setting wordt steeds verder uitgediept en de beschrijvingen zijn zeer sfeervol. Er wordt goed omgegaan met het concept van een volgebouwde planeet waar nog maar een kleine groep mensen leeft. Entropie en eenzaamheid in een bedrukkend pakketje, wat in de volgende passage mooi duidelijk wordt wanneer een van de personages de televisie in zijn verder leegstaande appartementencomplex uitzet:
“Silence. It flashed from the woodwork and the walls; it smote him with an awful, total power, as if generated by a vast mill. It rose from the floor, up out of the tattered gray wall-to-wall carpeting. It unleashed itself from the broken and semi-broken appliances in the kitchen, the dead machines which hadn’t worked in all the time Isidore had lived here. From the useless pole lamp in the living room it oozed out, meshing with the empty and wordless descent of itself from the fly-specked ceiling. It managed in fact to emerge from every object within his range of vision, as if it -the silence- meant to supplant all things tangible. Hence it assailed not only his ears but his eyes; as he stood by the inert TV set he experienced the silence as visible and, in its own way, alive. Alive! He had often felt its austere approach before; when it came it burst in without subtlety, evidently unable to wait. The silence of the world could not rein back its greed. Not any longer. Not when it had virtually won.”
Do Androids Dream Of Electric Sheep? is een terechte klassieker, maar een die niet direct naar film te vertalen lijkt. En juist daarom is Blade Runner zo interessant geworden.
Blade Runner (1982)

Met zo’n subtiel en gelaagd boek als bronmateriaal en (zo blijkt achteraf) een hoop rewrites en problemen met het vinden van een goede insteek is het een wonder dat Blade Runner zo goed uit de bus is gekomen. Een letterlijke vertaalslag is gelukkig niet gemaakt, maar de film staat nu op eigen benen met de beste elementen uit het boek als basis. De beklemmende, deprimerende atmosfeer is vervangen door een mysterieuze en broeierige, wat de kijkervaring ten goede komt. Rick Deckard (Harrison Ford) is nog steeds de focus, maar niet meer de in een liefdeloos huwelijk vastzittende zielepoot uit Dick’s werk. Hij mag ditmaal ook enkele ontsnapte replicants opsporen en ‘uitschakelen’, als ze hem niet te slim af zijn tenminste.
Blade Runner is zo’n film waarin alle elementen bizar goed op elkaar aansluiten. De vervormde noir sfeer met constante regen, stoom, neon en duisternis laat al een grote indruk achter op visueel vlak, maar de muziek van Vangelis prikkelt je oortjes ook op de juiste manier. Sets zijn indrukwekkend, er zit geen zwakke performance in de gehele cast (en Rutger Hauer is hier echt monsterlijk goed), de special effects en future-tech kloppen precies, en het verhaal sleept je ongetwijfeld mee, hoe vaak je de film ook hebt gezien.
Anyways, ik zal mijn gekwijl over Blade Runner kort houden, maar wat gewoon zo fijn blijft is hoe volwassen het als totaalpakket voelt. Dit is sci-fi zonder concessies en duidelijk met liefde gemaakt. De film met halve aandacht kijken is gewoon niet mogelijk, het publiek wordt namelijk niet bij het handje genomen en alleen de oplettende kijker vindt een hoop symboliek en details. Het had met een complex werkje als dit heel makkelijk mis kunnen gaan, maar wonder boven wonder hebben we er één van de meest unieke sci-fi films ooit aan overgehouden. Toppertje!
Dangerous Day: Making Blade Runner (2007)

Dangerous Days is een documentaire die alles wat je ooit had willen weten over Blade Runner uit de doeken doet, and then some. De totale speelduur? Dik 3,5 uur. Holy replicant balls, Batman! Langer dan de film zelf, maar uiteindelijk helemaal begrijpelijk. Er is dan ook ontzettend veel over Blade Runner te melden, en je respect voor het eindproduct wordt echt stukken groter als je ziet hoe veel werk is gestopt in wat uiteindelijk de eerste ‘art’ science fiction film zou worden.
Het geheel is rijkelijk aangevuld met behind-the-scenes beelden en foto’s, een hele hoop interviews met de cast en de vele mensen achter de camera’s, en meer anecdotes dan een oude man die vertelt over zijn werk in een anecdote-fabriek. Het hele proces van de totstandkoming van een film komt langs: van het boek dat door de meeste betrokkenen onverfilmbaar werd genoemd, tot de eerste screenplays die tientallen revisies zijn doorlopen (erg tof om te zien hoe de film hád kunnen zijn), casting, bouwen van de sets en modellen, special effects, etc. Ook erg mooi om te horen dat K. Dick helemaal weggeblazen was van de 10 minuten aan film die al goed genoeg was om hem te showen. Was zowaar even een emotioneel momentje voor deze jongen.
Maar het was niet allemaal rozengeur en bevroren oogballen-schijn. Er waren op de set flink wat issues die op den duur slopend gingen werken. Zo wordt al snel duidelijk dat regisseur Ridley Scott perfectionistisch was tot het irritante toe. Harrisson Ford was niet blij met al die verloren uren op de set waarin hij uiteindelijk niet nodig was, omdat de set dressing te veel tijd innam. Als Engelsman had Ridley ook een kille relatie met de Amerikaanse crew, zij hadden het gevoel het nooit goed genoeg te kunnen doen bij hem. De man komt dan ook wel over als wat arrogante dude wiens visie voor alles ging. Ook waren de financiers niet blij met de film, en dan vooral de vertragingen die werden opgelopen door Scott’s neiging om take na take na take van dezelfde scène te filmen. Handenwrijvend stonden ze in de coulissen, het moment afwachtend tot ze de schaar in de film konden zetten om er nog iets winstgevends van te kunnen maken. Wel mooi hoe het origineel wordt vergeleken met de director’s cut, inclusief de door niemand gewenste maar blijkbaar voor het bioscooppubliek noodzakelijke voice-over.
Aan het eind van de rit kreeg ik zowaar weer zin om Blade Runner opnieuw te kijken. Ik denk dat de geslaagdheid van deze docu daar mooi mee is aangetoond.
Juistem…
In de wereld van sci-fi is Blade Runner met de jaren een heus begrip geworden. Het was dan ook bijzonder prettig om het bronmateriaal te verslinden, weer helemaal opnieuw onder de indruk te raken van de film en het hele proces tussen boek en uiteindelijke film te kunnen zien. Begrijpelijk dat het zo’n gigantisch invloedrijk werk is geworden, en het zou dan ook verplichte kost moeten zijn voor jonge sci-fi-fans en oude rotten in het vak die graag het stof af willen blazen van een klassieker en zich weer onder willen dompelen in die vreemde, android-infested wereld van de toekomst.










