0

Een avondje… H.P. Lovecraft

De naam ‘Lovecraft’ zal niet iedereen evenveel zeggen, of ze verwarren het misschien met de op een hovercraft gesitueerde stripclub die hier in de regio nogal opschudding veroorzaakt. Nee, H.P. Lovecraft is een Amerikaanse schrijver (1890-1937) en een van de eersten die horror combineerde met het in die tijd opkomende besef dat ons planeetje eigenlijk insignificant is vergeleken met het grote, kille universum waar we deel van uitmaken. In zijn werk komen gewone mensen in contact met gruwelijke wezens en concepten die té onnatuurlijk of heftig zijn om te kunnen bevatten, met vaak krankzinnigheid of de dood als eindresultaat. Gezellig!

Een bijzonder tof element aan Lovecraft’s werk was een rode draad die door bepaalde verhalen liep; namen van locaties en evil wezens kwamen terug, en er werd langzaam een setting gebouwd waar andere tijdsgenoten ook over wilden schrijven of dingen aan toe wisten te voegen. Dit hele pakket van op elkaar geïnspireerde elementen wordt ook wel de Cthulhu Mythos genoemd. Vaak spelen verhalen zich in en om het fictieve stadje Arkham af, waar kwaadaardige dingen zich lijken te concentreren. Komt misschien door die grote collectie met occulte boeken in de plaatselijke Miskatonic University bibliotheek. Anyhoo, Lovecraft’s werk is tegenwoordig een populaire bron voor o.a. bordspellen en roleplaying games, en er zijn door de jaren heen ook best een groot aantal films op gebaseerd. Zal het de makers van deze films lukken om de nare thema’s uit zijn boeken succesvol over te brengen op de kijker? Er is maar één manier om daar achter te komen: met een avondje… H.P. Lovecraft!

The Dunwich Horror – 1970
Deze film is gebaseerd op het gelijknamige verhaal, waarin de Wateley familie in het afgelegen dorpje Dunwich een gruwelijk geheim verbergt. Klinkt goed, right? Dean Stockwell (van Quantum leap fame) speelt de charismatische maar tegelijk ook creepy Wilbur Wateley die Miskatonic University bezoekt om de Necronomicon, het mostest evilest boek ever, door te lezen. Tegelijk valt zijn oog op assistente Nancy, die hij met wat sluwe trucs naar zijn huis weet te krijgen. Zal ze ten prooi vallen aan de Wateleys? En wat zijn die luitjes eigenlijk van plan? En heeft dat op de zolder rondstommelende ding er iets mee te maken?
De film komt uit 1970 en dat zie je er constant aan af: de belichting is vaak overdreven, de studiosets ogen vrij nep, de muziek is soms vervelend en een aantal kleureffecten geven wel een weird, trippy sfeertje maar zijn tegenwoordig verre van indrukwekkend. Het tempo ligt ook al niet hoog, en voor je het weet zit je op je horloge te kijken omdat je interesse snel aan het wegebben is. Het originele Dunwich Horror verhaal is best interessant en daar zit echt wel een spannende film in verstopt, alleen komt dat hier nog niet naar boven. Maar ja, echte gore of ongemakkelijk creepy shit kun je in deze periode van filmmaken niet altijd verwachten. Dunwich speelt het op safe, en weet daarmee nergens een indruk achter te laten. Jammer.

Necronomicon – 1993
Een horror-anthologie over Lovecraft verhalen is eigenlijk best een slimme zet. De man heeft gedurende de jaren een hoop korte verhalen geschreven die moeilijk op te rekken zijn tot speelfilmlengte maar zeker geschikt zijn voor een anthologie. Extra bonus is dat in geval van één slecht verhaal je er tenminste nog meerdere hebt in dezelfde film, dus grotere kans dat er in ieder geval iéts naar je smaak tussen zit. Althans, als de makers überhaupt weten waar ze mee bezig zijn. Necronomicon is geregisseerd door Christophe Gans (die later ook de Silent Hill film zou doen en verantwoordelijk was voor het hilarisch slechte Brotherhood of the Wolf) en Shusuke Kaneko, die in deze periode alleen een aantal Gamera films op zijn naam had staan. Uh oh…
Het concept is wel geinig; H.P. Lovecraft himself (gespeeld door de altijd toffe Jeffrey Combs) bezoekt een klooster waar de Necronomicon achter slot en grendel ligt. Hij weet deze beveiligde ruimte binnen te dringen en begint passages uit het boek te lezen. Hierna switcht de film naar de drie korte verhalen. “The Drowned” gaat over een man die een oud huis aan zee koopt en ontdekt dat de vorige eigenaar een ritueel uitvoerde met nare consequenties. In “The Cold” ontdekt een jongedame dat de andere huurder in het gasthuis waar ze verblijft een cool geheim heeft, en “Whispers” is een batshit insane mix van incoherent, gross en hilarisch fout. Volgens mij moesten de rubberen kippen die de makers hier gebruikten de normaal zo gave Mi-Go wezens uit het kick-ass verhaal ‘The Whisperer in Darkness’ voorstellen. Sneu.
Anyhoo, Necronomicon is tegelijk best geinig en een beetje embarassing. De special effects variëren van best creatief tot schandalig fout, en omdat het de 90’s is wordt er veel gebruik gemaakt van felgroene en -rode belichting die wat mij betreft meteen alle sfeer wegzuigt. Necronomicon is nergens spannend of onderhuids creepy, eerder een gory kermisrit die je achteraf onbevredigd en vaagjes naar prei ruikend achterlaat.

Dagon – 2001
Na twee missers is het fijn om te zien dat het wél kan. Regisseur Stuart Gordon heeft meerdere toffe Lovecraft verfilmingen op zijn naam staan, en Dagon is een van de recentste. Gebaseerd op het bijzonder fijne verhaal The Shadow Over Innsmouth weet Dagon een mooie balans te vinden tussen sfeervolle creepyheid en campy gore. Het begint hoe dan ook allemaal dik prima; Paul en Barbara, twee Amerikaanse toeristen, stranden tijdens een zware storm voor de kust van het Spaanse vissersdorpje Imboca. Ze raken gescheiden en in hun poging elkaar terug te vinden ontdekken ze dat Imboca een duister verleden heeft en helemaal niet veilig is…
De eerste helft van de film scoort bij deze jongen hoge punten in de categorie ‘sfeer’. Imboca is echt een vervallen, doorweekte en sinistere plaats geworden. De opbouw is echt prima, en we krijgen in het begin niet meer dan hints over de weirdheid in en om het stadje. Rare mensen die door de natte straten strompelen en rare geluiden maken, nice. Als we eenmaal te zien krijgen door welke omstandigheden Imboca zo naar is geworden gaat de film qua sfeer een andere kant op. Subtiliteit wordt vervangen door meer standaard horror-stuff, aangevuld met overdreven maar best geinige monster-designs. De gebruikte fysieke effecten zijn over het algemeen prima (met één tenenkrommend moment als bloederig hoogtepunt), de CGI is helaas onder de maat en daardoor hebben bepaalde scènes niet het gewenste effect. Je zult soms eerder moeten grinniken dan schrikken, en dat is toch jammer.
Toch is er voor Lovecraft fanboys veel fijns te vinden. Van de dorpelingen die “ia ia Cthulhu fhtagn” schreeuwen en de vrij nauwkeurige vertaling van boek naar beeld tot het sfeertje van doem en ellende, het voelt allemaal wel geslaagd. Soms beperkt door budget (het blijft eigenlijk een B-film) maar met het onnatuurlijke hart op de juiste plaats.



The Call of Cthulhu – 2005

Als we de categorie ‘trouw zijn aan het bronmateriaal’ er bij pakken scoort The Call of Cthulhu het hoogst van alle kandidaten in deze lijst, misschien wel van alle Lovecraft films die zijn gemaakt. De makers zijn zelfs zo ver gegaan dat de presentatie aansluit op het tijdsbeeld; een zwart-witte silent movie met lekker overdreven soundtrack en intertitels. Dat maakt het misschien wat minder hip en sexy, maar wel een prettig alternatief op al die Lovecraft storylines die (vermoedelijk om budgetredenen) naar modernere tijden zijn verplaatst.
The Call of Cthulhu, naar het gelijknamige verhaal, bestaat uit twee vertellingen die op een verontrustende manier met elkaar verstrengeld zijn: een politieonderzoek dat stuit op een freaky cult in een diep moeras blijkt overlap te hebben met een mysterieus en dodelijk voorval op zee.
De film is duidelijk met liefde gemaakt, door mensen die het bronmateriaal recht wilden aandoen. Het jaren 20 sfeertje is best fijn neergezet, al voelt het jammer genoeg nét niet authentiek genoeg. Maar ja, de hele film met old school apparatuur opnemen zou te veel van het goede zijn. Het is nu wel duidelijk dat je constant naar ‘moderne’ acteurs zit te kijken, maar dat doet niet af aan de pret. Verdere bonuspunten zijn voor enkele knappe effecten, zeker tegen het eind van de film. Voor het eerst wordt de freaky architectuur waar Lovecraft zo graag over schrijft eens tof gevisualiseerd. Dat Cthulhu himself dan écht wel cheesy overkomt is een wat zure cherry on top. Al met al zeker een film die zijn doel bereikt, en een must voor Lovecrafanboys.

The Dunwich Horror – 2009
Ik wilde het serieus een kans geven, eerlijk waar, maar na twee minuten in dit goedkoop ogende werkje gevorderd te zijn zag ik mijn geliefde personage Dr. Henry Armitage, een normaal gesproken subtiele en ingetogen man, een CGI bliksemschicht gooien naar een door Yibb-Tstll bezeten schoolmeisje. Drie uur later werd ik door bezorgde buren in een foetushouding op de grond teruggevonden, terwijl ik non-stop “NEE NEE STOP NEE NIET MEER!” schreeuwde. Ja, deze tweede Dunwich Horror film is fout. Heel, heel fout. Als het niet de charismaloze acteurs zijn of het achterlijke plot dan zijn het wel de matige special effects en irritante editing trucjes die je zullen afstoten. Enige lichtpuntje is Jeffrey Combs (hey, daar hebben we ‘m weer!) als Wilbur Wateley, die nu een stuk creepier is dan de versie uit de eerder besproken film.
Wat me misschien nog wel het meest tegenstond is het constant name-droppen van meuk uit de Cthulhu Mythos, alsof de makers hiermee nerd-cred willen verdienen. Het komt nu eerder over als mensen die irritant om aandacht schreeuwen: “Kijk dan! We hebben de boeken ook gelezen! We gaan zoveel mogelijk namen in onze film proppen, ook al is het niet logisch of interpreteren we alles op verkeerde manieren. Please love us, nerds!”. Nee. Jullie eindproduct is rommelig, lelijk, saai en kinderachtig. Ik spring liever welwillend de bek van een tentakelige Elder God in dan dat ik dit intens foute eeltschraapsel dat zichzelf een film noemt nog een keer kijk.

Zo, dat was een nogal in kwaliteit variërend ritje door Lovecraftfilmland. Maar de reis is nog lang niet voorbij, er is genoeg materiaal om meerdere reviews mee te vullen. We hebben bijvoorbeeld nog de beste Lovecraft verfilming in petto die tegelijkertijd ook een kick-ass zombiefilm is, en een heuse Lovecraft-comedy… oh my. Als dat maar goed gaat. Dat zien we tegen die tijd wel, als onze planeet in de tussentijd niet door de Old Ones wordt geconsumeerd tenminste.

avatar geschreven door op 5 augustus 2011

Reageer

Anti-Spam vraag :