0

David Lynch – Crazy Clown Time (2011)

Zouden Mathijs en consorten van DWDD ooit een remake van hun kansloze borrelpraat rondom een Apple-clipje van jaren geleden herhalen met filmmakers of de laatste film die je in 2012 zou moeten zien, dan zou David Lynch beslist op het nominatielijstje mogen staan. De ünheimische psychotische sfeer uit zijn werk is even naargeestig als origineel. Lost Highway alleen al is een directe aanslag op het brein dat zich krampachtig een houvast probeert te verschaffen tijdens de doldwaze psychotische rit over nachtelijke snelwegen. Lynch is een meester in het neerzetten van sfeer, en daaraan is alles ondergeschikt. Het verhaal. Of er een cameracrew in de spiegel zichtbaar is. Acteerwerk. Waardoor zijn films haast beter kunnen worden gezien als moderne kunst dan als cinematografisch glijmiddel tijdens het popcorn-eten. Maar altijd spannend voor de toeschouwer.

Van clown to keyboard

Al een tijdje is het wachten op een nieuwe film van de grootmeester, en nu is bekend waarom. David Lynch is tegenwoordig muzikant, en bracht recentelijk Crazy Clown Time uit, zijn eerste volwaardige full-length cd. Zou hij dezelfde spanningsboog van zijn films weten over te brengen in een compleet andere tak van entertainment? De stap is overigens minder groot dan hij lijkt. De films van Lynch hebben een groot deel van de sfeer natuurlijk ook te danken aan de muziek, en hij put op zijn eigen cd dan ook rijkelijk uit het geluid van verschillende soundtracks van zijn eerder werk. De overdaad aan galm, de eentonige achtergrondorgels, en de waaierende tremelo-gitaarpartijen. Het roept onmiddellijk Twin Peaks of Lost Highway in herinnering.

Monotonica

Bovendien toonde Lynch al eerder muzikale aspiraties in het prachtige samenwerkingsverband met producer Danger Mouse en de te vroeg overleden zanger Mark Linkous. Crazy Clown Time borduurt voort op wat Lynch daar eerder liet horen. Monotone electronicablues met bezwerende praterige zang. Het hoogtepunt van het album staat misschien wel pal aan het begin, als Karen O van Yeah Yeah Yeah’s Pinky’s Dream tot grotere hoogte tilt in een broeierige up-tempo popsong vol krolse zangpartijen die heerlijk refereren naar Kim Gordon’s zwoele vocalen op Sonic Youth’s Kool Thing of een doorsnee nummer van PJ Harvey. Je kunt slechtere ijkpunten treffen. Vervolgtrack Good Day maakt met die associaties meteen korte metten als Lynch zelf het roer overneemt en de vocoder aanzet om droge sfeerbeats van zijn bezwerende gekeuvel te voorzien. Om in het refrein ineens uit te barsten in een opgewekte meezinger. Verrassend en gedurfd. Regelmatig laat de subtiel experimenterende Lynch de luisteraar enigszins vervreemd achter. Zoals in de vreemde transcendente opsomming tijdens A strange and unproductive thinking, een zeven minuten durende monoloog in de beste traditie van bijvoorbeeld Velvet Underground’s The Gift. Ook zo’n track waarvan je niet wist wat je ermee aan moest.

Vervreemdend maar wel lekker

Ondanks een sterk begin, weet de grootmeester het geen album lang vol te houden. Sterker nog, na enkele nummers slowcore vol duister gefluister, beginnen de zenuwen wel een tikje toe te slaan. Toegegeven, dat effect hebben zijn films ook wel, dat je hoopt zodadelijk een clou te ontdekken. Desalniettemin slaat de vocoder-moeheid regelmatig toe, en schuifel je na drie songs onherroepelijk op je stoel heen en weer in de hoop dat hij nou even breekt met de monotone dreinerigheid. Daarbij was het album sterker geweest zonder enkele bluesy nietszeggende songs (yes Football game, I’m looking at you). Crazy Clown Time is geen slecht debuut, al lijkt het album nog vooral een opmaat voor een écht solo-album. Nu klinkt het geheel eerder als de soundtrack van een onvoltooide film. Een interessante film, dat weer wel. Maar Lynch zal er niet mee worden opgenomen in Mathijs’lijstje van muzikale helden die de muziekwereld veranderden.

avatar geschreven door op 21 februari 2012

Reageer

Anti-Spam vraag :