0

Lou Reed & Metallica – Lulu (2011)

De poëtische New Yorkse onderkoning van de alternative muziek die een plaat maakt met de keizers van het metalgenre, het is niet zo vreemd als het klinkt. Metallica experimenteerde eerder al eens – zij het tamelijk artistiek armoedig – met andere stijlen zoals country. En Reed, die bracht in de jaren zeventig al eens een plaat uit die onbeluisterbaar was, Metal Machine Music. Die metalplaat, die zat er ongetwijfeld al jaren aan te komen. Loutellica dook de studio in, en voor de fans konden protesteren, zag Lulu het levenslicht.

Pompende poëzie?

De opening geeft nog even hoop. Tekstueel is Lou best aardig bezig op Brandenburg Gate, al is de combinatie met de pompeuze bombastische metal wel even wennen. Lou excelleert in kleine liedjes, en Metallica juist weer niet. Maar hoezeer je ook een spanningsboog dus verwacht die voelt als het dragen van een Stormtrooper kostuum op een Star Trek conventie, lijkt iedereen zijn schouders op te halen en zijn eigen gang te gaan. Metallica probeert zich wat dienstbaarder op te stellen, maar verliest zich in een hoop moeilijkdoenerij om toch vooral te excelleren wat voor goede muzikanten ze wel niet moeten zijn. Luister naar de afleidende drumpartijen van Pumping Blood. Reed had beter meer moeite gedaan zijn zang in het metalgeweld te laten passen. Poëtische teksten vol suïcide en zelfmutilatie en seksuele uitspattingen zijn niet voldoende om songs overeind te houden. Bovendien lijken de lange nummers hun tol te eisen van zijn teksten, die naarmate het eind van een song nadert vooral beperkt blijft tot het herhaaldelijk monotoon braken van eerdere passages.

Arty metal?

Dat is het grote nadeel van Lulu. Het is niet verfijnd genoeg voor de fans van Lou Reed, wiens zang volledig los van de muziek lijkt te staan. En muzikaal is het dan weer niet de meest overtuigende metal die de Metallica-fanschare gewend zal zijn, waardoor het album eigenlijk tussen twee werelden valt. Het zou kunnen dat beide artiesten worstelen met hun identiteit en een project als Lulu gebruiken om zich los te breken. Lou deed dat ooit door na zijn grootste meesterwerk het experimentele prutsstuk Metal Machine Music uit te brengen. Puur om de fans te provoceren als statement zodat hij niet een leven lang geacht zou worden om dezelfde plaat uit te brengen. Een thematiek waar Metallica zichtbaar mee in het reine probeert te komen in hun documentaire Monster. Maar waar Metal Machine Music een directe rochel in het gelaat van de fans was en aan hun zuurverdiende centjes die ze spendeerden aan de plak vinyl, is er op Lulu best potentie te vinden. Op Little Dog schikt Metallica zich meer naar de song zonder de overdreven riffs of drumslagen en Junior Dad heeft zijn momenten als Lou Metallica meer ruimte geeft. Helaas is zelfs op de beste momenten van de plaat elke song twee keer te lang.

Lulu 2?

Wat een interessante combinatie had kunnen zijn, toont vooral aan waarmee de twee artiesten groot zijn geworden. Hun eigen pad volgen en er niet vanaf wijken. Het lukt dan ook hier slechts matig om die routine achter zich te laten. Het levert niet de iconische, onbeluisterbare stijlbreuk die Metal Machine Music ooit was, en zal ook weinig stof doen opwaaien (behalve onder boze puristen). Vlees noch vis dus. Lou is er wel tevreden mee en kondigde onlangs zelfs een Metallica-loze tournee aan waar hij Lulu integraal zal spelen. Bovendien zinspeelt hij in interviews regelmatig op een deel 2. Het is te hopen dat daarop de muzikanten beter naar elkaar’s ideeën luisteren dan ze klaarblijkelijk op Lulu hebben gedaan.

avatar geschreven door op 4 februari 2012

Reageer

Anti-Spam vraag :