0

Cacophony

Gisteren maaide ik de tuin. Vandaag ziet het eruit alsof een olifant en een muis op mijn bescheiden drie vierkante meter innig heeft staan schuifelen. Sommige activiteiten zijn niet aan mij besteed. Strijken. Alles met een zaag en hamer. Er is een reden dat ik steeds in dit huishouden achter het toetsenbord wordt geplaatst vergezeld van een vriendelijk doch opvallend dwingend ‘Ga maar wat schrijven’. En laat op datzelfde bureau net Kevin Smith’s Cacophony liggen. Kevin Smith, is dat niet die regisseur die met minimale middelen uiterste effect genereerde met indie-hit Clerks ? En die daarna zich voegde in de prettige middelmaat in Hollywood met Zack & Miri make a porno en Dogma? Die bovendien erg vaak teert op zijn succeshit (Clerks2, Jay and Bob strikes back) Enfin, die Smith? Ja. Die Smith.

Fanboy comic

Helemaal vreemd is het niet. Clerks zat doorspekt met filosofietjes over stormtroopers en Jay & Bob Strikes Back werd aangekondigd met een variatie op Marvel’s lijfspreuk, ‘With no power comes no responsibility’. Dat Smith dus een fanboy van het eerste uur is en elk jaar als het kan op Comic-Con rondwandelt, is niet zo opvallend. Maar zelf toch een comic maken, is een ander verhaal. En dat vervolgens dan ook nog via DC mogen uitbrengen, dat dan weer wel. Maar is Smith’s Batman goed genoeg voor Bat-believers or is het alleen een leuke marketingstunt voor DC?

Ona.. watte?

In Cacophony treffen we Batman op jacht naar zijn grootste rivaal, the Joker, die ouderwets is ontsnapt uit Arkham Asylum. Tot zover weinig nieuws onder de zon. Tot er een tweede supervillain op het toneel verschijnt, met de onuitspreekbare naam Onomatopeia. Een weinig spraakzame regenjas met een Watchmen-achtig masker. En die de jacht op de vleermuis onmiddellijk inzet terwijl the Joker zich bezighoudt met zijn eigen Griekse crisis, Maxie Zeus die van zijn Joker-gif een drugsvariant is gaan fabriceren. Aanvankelijk waren er slechts drie issues die Kevin Smith met zijn oude vriend (en striptekenaar) Walt Flanagan maakte omstreeks 2008, inmiddels is er ook een sequel uitgegeven.

Jay and Toch not so silent Bat

Toch slaat Smith de plank mis met Cacophony. Om diverse redenen. Walt Flanagan mag dan een belangrijke factor zijn geweest bij het totstandkomen van de strip, het tekenwerk is vrij saai en sommige emoties op het gezicht van the Joker zijn behoorlijk tenenkrommend. De magie van de covers wordt in ieder geval nergens gevangen. Ook verhaal-technisch schort er het nodige. Er zijn villains zonder al teveel chemie met de lezer of beduidende toevoeging aan het script, Batman praat vrij veel voor zijn doen (niet per se een slechte zet), maar waar het werkelijk mank gaat zijn de overduidelijke puberale sekstoespelingen (hihi, de Joker zei: ‘plasser’!) of andere flauwe grappen. Het is de rode draad door Smith’s werk. Net als drugs. Maar het maken van drugs van het dodelijke Joker-gif, daar komt Smith dan nog wel mee weg. Het onbevredigende eind en de sullige rit erheen, dat is een ander verhaal.

Kevin’s geliefde ‘Grass’ als creatieve input?

Op Comic-Con werden issues van de strip voorgelezen. Met wat stemmen-imitaties waarvoor je ongetwijfeld even stoned moet zijn als Jay en Bob zelf. Het wekt niet echt de indruk dat Smith zijn eigen creatie al bijzonder serieus neemt door de melige Al Pacino-achtige voiceovers. Het is te jolig ‘met een jointje’ comic-auteurtje spelen. Dat DC toch tot een sequel overging, is weer niet zo vreemd, want ook een middelmatige comic kan best verkopen, en Smith heeft een solide fanbase onder stoners wereldwijd. Onderwijl voelt Cacophony angstvallig merkwaardig als mijn tuintje. Een weliswaar goed bedoelde grasmat, maar vol hobbels en kuiltjes door een groot gebrek aan input van vaklui.

avatar geschreven door op 22 mei 2012

Reageer

Anti-Spam vraag :