0
Een avondje… post-apocalypse
Het is misschien wel een beetje luguber, maar ik kan er niks aan doen; ik ben gefascineerd door verhalen over het bijna-eind van de mensheid. Of het nu een superhero twist heeft, te vinden is in een spirit-chrushingly deprimerend boek, een iets hoopvollere variant, of te spelen is in een vette RPG franchise, maakt allemaal niet uit! En aangezien ik ook een creepy filmfreak ben, blijkt die combinatie van interesses nog prima te combineren ook. Trek je meest comfortabele biohazard-suit maar aan en zoek een plekje op de half afgefikte bank. Het is namelijk tijd voor… een avondje post-apocalypse!
A Boy and His Dog (1975)
Wat een vreemde vogel is deze film toch. Gebaseerd op een kort verhaal van de sci-fi gigant Harlan Ellison en tegenwoordig gezien als een cultklassieker. Toch zijn er een paar haken en gemuteerde ogen wat mij betreft. Het geheel speelt zich af in 2024, in een alternatieve realiteit waar (volgens het boek) JFK nooit vermoord is en de wereld grote technologische vooruitgang maakte tot een derde en uiteindelijk vierde Wereldoorlog een eind aan het hele circus maakte. Vic is een agressieve, simpele en hitsige jongeman die probeert te overleven in het ondertussen woestijn-achtige landschap en wordt bijgestaan door de telepathische hond Blood. Een encounter met een jongedame later (lees; verkrachtingspoging) komt hij terecht in Down Under, een ondergrondse community die zo uit Zardoz of een David Lynch film lijkt te komen.
Er zijn genoeg dingen waar je je aan kunt storen in deze film. De cheap-ass production values. De niet passende muziek. De anti-vrouw attitude. Het feit dat Don Goddamn Johnson de hoofdrol speelt en hoe moeilijk het is om hem niet als Miami Vice pipo te zien. Maar tegelijk heeft het geheel een onveilige, vieze en weirde sfeer die me wel wat deed. De zwarte humor was ok, het eind is… verrassend gemeen, er zijn elementen die Fallout fans zullen waarderen en de hond is eigenlijk best een prima acteur. De film kijkt niet echt smooth weg, dus dit is voornamelijk een optie voor genrefans. Of hondenliefhebbers.

Robot Jox (1990)
Niet elke post-apocalypse film hoeft naar en ellendig te zijn. Robot Jox bewijst dat ‘cheesy en hilarisch’ ook prima kan in dit genre. In Robot Jox is de Derde Wereldoorlog gekomen en gegaan. Oorlog bestaat niet meer en in plaats daarvan worden conflicten (voornamelijk om land) afgehandeld in de arena. En niet zomaar een arena, neeee, het gaat hier om gevechten tussen gigantische robots die bestuurd worden door menselijke piloten. Old school gamers zullen ongetwijfeld flashbacks krijgen naar de uit 1993 stammende fighting game One Must Fall 2097 die vermoedelijk Robot Jox als inspiratie heeft gehad. Man, de uren die ik in de demoversie van dat spel heb gestopt… Anyways, in typische eighties-movie fashion draait de film om een conflict tussen Rusland en Amerika. We volgen de Amerikaanse piloot Achilles, voor wie dit zijn tiende en daarmee laatste gevecht gaat worden.
De robotgevechten zijn clunky en op de laatste battle na eigenlijk veel te snel voorbij, en dat is eigenlijk toch wel de reden dat je dit filmpje überhaupt kijkt. Aan de andere kant zijn de designs best ok, wordt er leuk gespeeld met de arms race omtrent de robots (spionage, geheime wapens, etc), en zijn er een paar heerlijk over the top momenten. Ik was ook wel blij met hoe de wereld werd uitgebouwd, een hoop kleine details geven het geheel meer diepgang dan je in eerste instantie zou verwachten in een films over robots punching each other. Geinig dat de film geregisseerd is door Stuart “Re-animator” Gordon.
Eigenlijk is Robot Jox zó corny dat het niet in deze lijst zou mogen staan. Maar tegelijk heeft het een charme die ik moeilijk kan weerstaan. Het is echt alsof een 13 jarig jongetje een film mocht bedenken en deze met een budget van ‘n gemiddelde Power Rangers aflevering naar het grote scherm werd gebracht. Zo’n concept moet tegelijkertijd ook wel beter kunnen. Ik ben in principe een tegenstander van remakes, maar in het geval van deze knakker sta ik er voor open. Met een degelijk budget en meer robot geknok zou het eindresultaat best wel eens gaaf kunnen zij- oh wacht, nee, dat zou dan lijken op de in 2011 uitgekomen Real Steel. Ugh. OK, never mind, we houden het wel bij het origineel.

Time of the Wolf (2003)
Michael Haneke maakt films waar je depressief van wordt. Simple as that. Ze tonen vaak mensen op hun laagste momenten, en hebben geweld en/of het uiteenvallen van familie als thema. In Time of the Wolf komt dit allemaal terug, maar het is tegelijkertijd een redelijk interessante entry in het post-apocalyptische genre geworden. Al is ‘apocalyptisch’ misschien niet de juiste term in dit geval; in deze film is er een niet nader genoemde ecologische crisis gaande die mensen uit de steden heeft verjaagd. We volgen een gezin dat probeert onder te duiken in een hutje op het platteland, maar er blijken al ongewenste gasten te zijn. Dingen lopen uit de hand (in een van de meest schokkende momenten van de film), en de hoofdpersonen worden gedwongen om ergens anders een veilig onderkomen te zoeken. En dat met weinig supplies, geen vervoer en totaal niet voorbereid op hun nieuwe realiteit.
Time of the Wolf is één van de meest realistische weergaven van een instortende samenleving die ik in tijden heb gezien. Niet op een al te grote schaal of met al te veel bombarie, maar dan nog. We zien kleine groepjes mensen die op zichzelf aan zijn gewezen proberen het beste van een moeilijke situatie te maken. Dat leidt soms tot hele wrange of oneerlijke momenten. De kille, verre van comfortabele verblijfsplaats waar de film in de 2e helft op focust gaat onder je huid zitten. Besluiteloosheid, verveling en onzekerheid zijn constant terugkerende zaken, en zowel het goede als kwade in de mens komt sterker naar voren. Uiteindelijk is er geen hele bevredigende conclusie en je moet écht houden van een bijzonder sobere presentatie gecombineerd met een sloom tempo, maar voor een specifiek publiek is dit wel een kijkje waard.

The Book of Eli (2010)
Ik wilde deze film eens kans geven, eerlijk waar. Ik ben niet zo’n super grote Denzel Washington fan, maar als badass loner is hij vaak wel goed te pruimen. Toch saboteert Book of Eli zichzelf al vrij snel en verliest daarmee alle bonuspunten die het bij mij in de ‘Fallout-achtige sfeer’ categorie had opgebouwd. Het verhaal is dan ook te stupide voor woorden, zeker als je de twist op het einde (dat Denzel eigenlijk blind is) eenmaal hebt laten inzinken en dan terugdenkt aan alles wat je daarvoor zag. Ik kon serieus niet geloven dat de makers van deze film zó weinig respect voor mij als kijker hadden.
Anyhoo, in The Book of Eli zien we Denzel door een post-apocalyptisch landschap trekken, op weg naar een nog onbekende bestemming. Hij heeft een boek bij zich waar hij elke avond uit leest, en laat hij nou nét in een stadje terechtkomen waar de burgemeester (een teleurstellende Gary Oldman) dat ene boek zoekt. Een boek dat blijkbaar nergens meer te vinden is, ook al was het voorheen het meest verspreidde boekwerk ever. Ja, je kunt al raden wat het is, en ja, het is zó, zó dom. Oldman wil Het Boek gebruiken om de analfabetische mensen aan zich te binden en oh jezus dit is te pijnlijk voor woorden. Pun intended.
Book of Eli oogt op zich wel cool, al is alles wel érg grimy en roestend en viezig. De soundtrack heeft wel wat aardige momenten. Maar dat is lang niet genoeg om te compenseren voor de woede-opwekkende stupiditeit van het verhaal. Dit boek kan terug de kast in.

The Divide (2011)
Altijd gezellig; verhalen over mensen die met grof geweld uit hun comfort zone zijn gehaald en in hun nieuwe situatie steeds extremere kanten opgaan. The Divide is precies zo’n gevalletje. De film opent met een Amerikaanse stad die in een nucleaire aanval getrashed wordt. Een groepje huurders van een apartementcomplex vlucht naar de kelder, die de beheerder Mickey (Michael Biehn) in zijn vrije tijd deels in een bunker heeft omgetoverd. Zo overleven zij de initiële aanval, maar ja… de gevarieerde groep burgers zit nu wel opgesloten in een verre van fijne locatie, onder de ruïnes van hun vroegere woning. En dan komen de onvermijdelijke conflicten natuurlijk om de hoek kijken. Dit is helaas wel het moment waarop de film punten moet inleveren; de personages zijn erg eendimensionaal en als kijker zul je daardoor geen klik met ze hebben. Om te zorgen voor makkelijk drama zijn twee van de characters al halve criminelen die zonder al te veel tijd te verliezen veranderen in complete psychopaten. Subtiel is anders. Ook wordt er na 20 minuten een nieuw plotelement in de mix gegooid wat de film even een onverwachte en prikklelende richting in lijkt te duwen om vervolgens compleet genegeerd te worden. Whu?
The Divide is zeker geen ‘saampjes op de bank kijken’ film geworden. Vooral in de tweede helft is er een hoop narigheid te vinden, empathieloze mensen die zwakkere types nare dingen aandoen. Maar tegelijkertijd voel je ook een gemis, en maken de gebeurtenissen geen impact omdat de weg daarheen soms awkward of ongeloofwaardig was. Michael Biehn is de enige échte attractie, als ultra gritty survivalist asshole is hij dik vermakelijk. Een film die uiteindelijker op papier gaver blijkt dan in de praktijk. Zonde, want dit was wel het type verhaal dat potentie kan hebben in betere handen.

Zo, dat was weer even genoeg ellende en ingestorte samenleving-heid. Je moet ook weer niet té veel van dit soort dingen achter elkaar kijken, daar word je een beetje nerveus en paranoïde van. Ik ga daarom maar eens even een gezellige comic lezen of zo. In mijn stralings-proof ondergrondse schuilkelder.










