0

The Wire – seizoen 1

Ik keek er eigenlijk maandenlang tegenop. Het brengt echt wel wat druk met zich mee om het eerste seizoen van The Wire te reviewen. Het gaat hier namelijk om de beste goddamn televisieserie ooit gemaakt. Toen ik jaren geleden seizoen 1 op de voet volgde vond ik dat al, en in de tussentijd zijn busladingen aan reviewers diezelfde mening van de daken gaan schreeuwen. Omdat ik hetzelfde nu pas in een Dorkside recensie beweer, 10 jaar na het uitkomen van het eerste seizoen, lijk ik een slome pipo die achter de feiten aanloopt en het oordeel van zijn collega’s als kip zonder kop overneemt. Maar ja… die door iedereen gedeelde mening is gewoon correct. En dat maakt het allemaal zo lastig. Met trillende vingers rammel ik op dit moment dan ook op het toetsenbord, terwijl een knagende twijfel zich meester van me maakt. Hoe kan ik met mijn crappy reviewer-skills deze serie nou eer aandoen? Een intimiderende taak, maar een Wire-loos Dorkside is helemáál geen optie. Dus beter laat dan nooit, toch?

Kort door de bocht kun je zeggen dat The Wire gewoon een politieserie is; het heeft immers agenten, criminelen, drugshandel en een grote case waar aan gewerkt wordt. Maar dat is hetzelfde als zeggen dat Watchmen gewoon een verhaal over superhelden is. Er schuilt zó veel meer onder de oppervlakte. De schaal van de serie wordt per seizoen een stuk groter, en The Wire ontvouwt zich zo na een tijdje tot een wrange analyse van de (Amerikaanse) samenleving en toont aan hoe rot deze van binnen is. Dat klinkt niet echt als gezellige televisie, maar voor licht en simpel entertainment zijn genoeg alternatieven te vinden. Je kijkt deze serie voor het indrukwekkende realisme. Voor de waanzinnig sterke characters. Voor de frustrerende machteloosheid die je voelt bij het ontvouwende verhaal. Voor het perfecte gevoel voor humor. En voor het bizar scherpe dialoog. Goddamn, ik word gewoon soppig op de stoel als ik er aan denk.

“Maar Bartelen… ja jij, met je suffe hoofd, waar gáát die shit nou precies over?”. Oh ja, goed punt. Het is makkelijk om af te dwalen bij dit onderwerp. In het eerste seizoen The Wire volgen we een team agenten dat samengesteld is uit leden van de afdelingen Homicide en Narcotics met als doel om Avon Barksdale’s organisatie te onderzoeken, die achter een groot deel van de drugshandel in West-Baltimore zit. Avon heeft zich goed ingedekt dankzij de hulp van zijn gehaaide rechterhand en allround intimiderende badass Stringer Bell (een perfect gecaste Idris Elba). Op het eerste gezicht lijkt het een onmogelijke klus om Avon zelf op te pakken. Sterker nog; niemand weet hoe hij er uit ziet. Tegelijkertijd zitten de higher-ups binnen de politie eigenlijk helemaal niet te wachten op het onderzoek, en de enige reden dat ze het gestart zijn is omdat een invloedrijke rechter ze heeft gewezen op hun incompetentie bij het bestrijden van de drugshandel in Baltimore. En diezelfde rechter werd eerder hierop attent gemaakt door min-of-meer hoofdpersoon en part-time alcoholist James McNulty (Dominic West), een detective die zo gruwelijk veel van zijn werk houdt dat het ten koste gaat van alles om hem heen.
Zijn pissed-off baas dumpt McNulty in het team dat achter Barksdale aan moet, wat voor een groot deel bestaat uit fuckups, oude agenten die geen moeite willen stoppen in hun werk en een paar fanatiekelingen. De unit wordt in een donkere kelderruimte gedumpt zonder fatsoenlijk materiaal om hun werk mee te doen; de war on drugs staat op een laag pitje omdat de war on terror alle resources opeist. De politietop wil alleen “drugs on the table” en is niet geïnteresseerd in het uitrekken van de case om zo de grote jongens achter de drugs, en gevaarlijker nog, het drugsgeld te pakken te krijgen. En zo volgen we een seizoen lang een unit met agenten die in theorie geen kans van slagen hebben tegen een goed opererende criminele organisatie, en maken we uitgebreid kennis met beide groepen en de problemen die in een van geweld en ellende doordrenkte stad als Baltimore dagelijks terugkeren.

Realisme vormt de ijzersterke fundering van de serie. Dat komt door de achtergrond van series creator David Simon als journalist en daarna schrijver van het boek Homicide, wat later een serie werd die je als voorloper van The Wire kunt zien. Maar met alleen geloofwaardig schrijfwerk kom je er niet. Zo werd er werd ook veel gefilmd op onveilige locaties in Baltimore, in achterstandswijken waar schietpartijen niet zo ongewoon zijn. Daar komt nog eens bij dat een hoop rollen niet door acteurs worden vertolkt, maar echt door lokale inwoners. Het taalgebruik, de muziek en de looks vormen daardoor een geloofwaardig geheel. Overigens kan het handig zijn om de serie (die je op DVD gaat kopen, want dat is het meer dan waard) met engelse ondertiteling te kijken, want de straattaal en politie-terminologie raast vrij hard voorbij en is zonder tekstuele hulp soms moeilijk te volgen. En dat wil je echt wel, want zoals gezegd is het dialoog echt waanzinnig. Niet alleen erg scherp, maar vaak ook grappig of pijnlijk. Doorspekt van een buslading aan scheldwoorden, wat op een wel héél erg hilarische manier wordt gebruikt in een crime scene investigation scène waarbij McNulty en zijn partner een moord oplossen met alleen het woord ‘fuck’ als dialoog. Je moet het zien om te geloven. Dit is overigens het extreemst dat de serie wordt qua bijdehandheid, de rest is gewoon top shelf realisme.

Het zijn de kleine, individuele scènes die zo veel indruk maken. Zoals het moment waarop Avon’s neef D’Angelo aan twee jonge ‘soldaten’ onder zijn toezicht uitlegt hoe schaken werkt, en daarbij duidelijk wordt hoe de regels van dat spel zich vertalen naar hun dagelijkse situatie. Die overigens ook door Avon’s crew “the game” wordt genoemd; de op drugs en geweld gebaseerde versie van de American Dream voor het niet-blanke deel van de samenleving. Een situatie waar ze door hun omgeving in gedwongen worden en waaruit de enige ontsnapping een vroegtijdige dood lijkt.
Of de momenten waarop de agenten, die echt allemaal interessante individuen zijn met hun sterke punten en gebreken, hun frustraties uiten over het werk dat ze doen:

Greggs: You rogue motherfuckers kill me. Fighting the war on drugs, one brutality case at a time.
Carver: You can’t even call this shit a war.
Hauk: Why not?
Carver: Wars end.

Ik probeer te bedenken welke personages minder sterk zijn, maar serieus… er is geen rol te vinden waarvan je denkt ‘wat voegt die pipo nou toe?’. Een extra sterk punt vind ik dat 95% van de cast eens niet blank is. Daar kunnen een hoop concurrenten wat van leren. Het acteerwerk is ook helemaal top, en zo krijg je wat mij betreft een van de meest memorabele casts in tijden. Van de ongemakkelijk geloofwaardige junk Bubbles, de ondergewaardeerde gentleman-agent Lester Freamon en de grofgebekte Major Rawls tot de drugsdealer-berovende Robin Hood-achtige bikkel Omar. Je hebt echt het gevoel dat de personages niet ophouden te bestaan als de scène met ze voorbij is. En aan het eind van de rit besef je dat je méér tijd met ze door wil brengen, ondanks of juist dankzij hun gebreken.

Dus ja. Een reden om The Wire niet te kijken is er hopelijk niet meer. Het is wel oppassen natuurlijk, omdat ik het zootje hier zo ophemel kan het in de praktijk misschien tegenvallen. Je zult dan ook niet compleet verliefd op The Wire worden na de eerste aflevering. Nee, deze shit heeft (net als goede wijn of een schimmelinfectie) z’n tijd nodig. In plaats van cheap thrills krijg je een slome opbouw, die mogelijk beter te waarderen is als je de serie een tweede keer gaat zien. Haak daarom niet al te snel af, want The Wire is uiteindelijk je tijd meer dan waard en die opbouw zorgt juist dat elke belangrijke gebeurtenis die zal volgen écht een impact maakt. En voor je het weet ben je verpest. Want ja, elke andere serie steekt er maar bleekjes bij af: de personages zijn in verhouding niet zo boeiend, de sets zijn te nep, de verhaallijnen te simpel en voorspelbaar. Er kan er maar één de koning zijn natuurlijk. Misschien dat er ooit een kandidaat opstaat die een poging zal doen zijn plaats in te nemen. Maar, om personage Omar te quoten; “You come at the king, you best not miss”.

avatar geschreven door op 28 september 2012

Reageer

Anti-Spam vraag :