0

Barbara Demick – Nothing To Envy; Ordinary Lives In North Korea

NTEcoverSoms voelt het kleine dorpje waar ik woon een beetje geïsoleerd van de buitenwereld. Onze winkelstraat is eerder een winkelsteeg, het lokale radiostation heeft welgeteld één CD (Frans Bauer’s Doom Metal Christmas) en de voornaamste uitgaansgelegenheid is afgebrande kinderboerderij De Hongerige Cavia. Maar elke keer dat ik begin te mopperen over de matigheid van mijn directe omgeving besef ik me dat ik keihard mijn bek moet houden en Cthulhu op mijn knietjes mag bedanken. Want het kan erger. Zo, zó veel erger. Het door journaliste Barbara Demick geschreven boek Nothing To Envy geeft ons namelijk een kijkje in het dagelijkse leven van Noord-Koreanen, door interviews met mensen die hun vaderland wisten te ontvluchten. Hoe was het om te leven onder een communistisch regime dat al decennia geïsoleerd is van de buitenwereld? De antwoorden waren heftiger dan ik had gedacht…

Mevrouw Demick heeft enkele jaren lang (veelal in Zuid-Korea) interviews afgenomen met Noord-Koreaanse vluchtelingen en deze verhalen in haar boek Nothing To Envy verwoven tot een smooth weglezend maar soul-crushing geheel. Het lukt Demick prima om de lezer de juiste brokjes backstory mee te geven om de verdere inhoud in de juiste context te kunnen plaatsen. De tumultueuze geschiedenis met Zuid-Korea, de status van de verschillende klassen, de manier waarop de bevolking leert te denken over niet-communistische landen, etc. In Nothing To Envy volgen we voornamelijk 6 mensen van verschillende achtergronden, oorspronkelijk afkomstig uit de industriële stad Chongjin. Van een rebels meisje met een Zuid-Koreaanse vader (waardoor de familie nooit écht geaccepteerd zal worden in de samenleving) tot een veelbelovende student wiens crush op eerdergenoemd meisje zijn toekomstige carrière kan saboteren, en een oudere dame die blindelings vertrouwt in haar Grote Leider en precies in de pas loopt. Het is fascinerend om te lezen hoe omstandigheden in het land al deze inwoners beïnvloeden en uiteindelijk aanzetten tot die risicovolle vlucht over de grens.

Nothing To Envy is ook een kostbaar naslagwerk vanwege alle onthullingen over de dagelijkse gang van zaken in het land. Het merendeel is haast niet te geloven. Bij muziekles leren kinderen bijvoorbeeld liedjes als ‘Shoot The Yankee Bastards’, en élk wiskundevraagstuk heeft een politieke lading, zoals ‘Eight boys and nine girls are singing anthems in praise of Kim Il-sung. How many children are singing in total?’. Speaking of de Grote Leider, elk huis hoort portretten van Kim Il-sung en later Jong-il aan de muur te hebben. In piekfijne conditie, want er zijn inspecteurs die dit controleren. De mate waarin de bevolking werd gecontroleerd is echt krankzinnig. Een foute opmerking over het regime, een onschuldig grapje over de grote leider, en je loopt het risico dankzij de vele verklikkers gearresteerd te worden. Verkeerde kleding, te lang haar, affectie tonen voor je partner in het openbaar? Allemaal strafbaar. En als lezer vraag je je al snel af waarom de onderdrukte bevolking dit zo toe kon laten. Het antwoord: een indruk- en weerzinwekkende propagandamachine die alleen werkt omdat het land zó extreem geïsoleerd is. De gruwelverhalen over hoe veel slechter het in de rest van de wereld is vergeleken met het trotse, welvarende Noord-Korea zijn makkelijk te geloven als je geen bewijs van het tegendeel kunt zien, en iedereen om je heen dezelfde “feiten” blijft herhalen. Daarom is het zo bijzonder om te lezen hoe er toch mensen (in het grootste geheim) gefrustreerd raken over hun omstandigheden. Maar ze weten niet hoe slecht ze het nog gaan krijgen.

Noord-Korea leed gedurende het regime van Kim Il-sung onder tekorten op allerlei vlakken, van energie en grondstoffen tot voedsel, maar in principe was er stabiliteit in het land. Op een zekere dag in 1994 verandert alles. Een student bevindt zich op een druk plein als door roestende speakers wordt omgeroepen dat de grote leider Kim Il-sung is overleden. Alle mensen om hem heen barsten in huilen uit, zakken ineen, trekken aan hun haren, etc. De student beseft dat hij niets voelt, geen enkele emotie. En dan komt het besef; ik ben anders dan al deze mensen om me heen. Een onwerkelijk, beklemmend gevoel. Maar op dat moment géén reactie tonen is veel te gevaarlijk. De student houdt zijn ogen daarom open tot ze zo droog zijn dan het pijn doet en weet eindelijk toch te huilen. Hoeveel mensen om hem heen doen ook net alsof? Lang niet alle tranen zijn nep; veel mensen geloofden echt in de almachtigheid van hun grote leider, en als zelfs Hij kan overlijden komen alle zekerheden ineens wankel te staan. Zelfs goed opgeleide doktoren waren verrast door het feit dat deze man toch sterfelijk bleek te zijn.

Na Kim Il-sung’s dood ontstaat er grootschalige hongersnood door slechte weersomstandigheden en het hard teruglopen van goederen, energie en geld uit voorheen vriendelijke communistische landen die richting kapitalisme aan het verschuiven zijn. Beperkte brandstof leidt tot een stilstand van alle productie in het land, met een beangstigend domino-effect. Arbeiders worden niet meer betaald, hele steden zitten zonder stroom en iedereen is op zichzelf aangewezen voor survival. Hulp gaat er niet komen, het duurt zelfs jaren voor de regering überhaupt toegeeft dat er een probleem is. De gevolgen zijn ongemakkelijk heftig.
Mensen eten gras, verpulpt bast van bomen, insekten, en zo’n beetje elk onderdeel van de paar gewassen die er zijn, ook al heeft het geen voedingswaarde. De hele populatie met kikkers in Noord-Korea verdwijnt in no-time als mensen ontdekken dat ze prima smaken. Brandhout is steeds moeilijker te krijgen en veel ongelukkigen moeten elke dag te voet naar afgelegen gebieden om daar iets eetbaars of brandbaars te vinden. Huizen worden leeggeroofd, elk voorwerp is bruikbaar aangezien er al jaren niets nieuws meer wordt geproduceerd. Mensen zijn afhankelijk van oude boeken om verloren gegaande kennis over planten en medicatie op te doen. Alles wordt gerecycled, noodhulp uit het buitenland wordt door het leger in beslag genomen als voorraad of op de zwarte markt verkocht voor achterlijk hoge prijzen. Geruchten over kannibalisme steken zelfs de kop op. Dit soort scenario’s kom je normaliter alleen tegen in post-apocalyptische fictie, maar vond gewoon plaats op onze planeet, halverwege de jaren ’90. Ye gods.

Het is schrijnend om te lezen hoe een jonge lerares ziet hoe haar enthousiaste klas vol met bright-eyed youngsters langzaam maar onherroepelijk afsterft. Ouders kunnen kinderen geen lunch meer meegeven, leerlingen zijn zo uitgeput door honger dat ze constant in slaap vallen, en langzaam wordt de klas steeds kleiner… En het menselijke instinct om anderen te helpen moet onderdrukt worden uit zelfbehoud. Er is simpelweg niks om weg te geven, dus zo snel mogelijk wennen aan halfdode mensen op straat en het negeren van bedelende, uitgemergelde kinderen is de enige optie. Houten karren rijden af en aan, gevuld met lichamen van (half)doden die van de straat geplukt zijn. En het pijnlijkste is nog dat de mensen die het meest in het land geloofden, die weigerden iets illegaals te doen en hoopten op redding van de regering, het zwaarst getroffen werden door deze miserie. Om te overleven in deze omstandigheden moesten mensen breken met alle regels die ze zo netjes hadden gevolgd.

Nothing To Envy is constant fascinerend. We lezen meer over de gevangenissen en werkkampen, de manieren waarop wanhopige mensen het land proberen te ontvluchten, en de problemen die de lucky ones ervaren als ze eenmaal de grens over zijn en in een wereld terechtkomen die hen overweldigt met haar geluiden, kleuren, keuzes en vreemde praktijken. Uiteindelijk lukt het niet alle vluchtelingen om zich te settlen; zij krijgen te maken met schuldgevoelens jegens achtergebleven familie (die waarschijnlijk werkkampen in zijn gestuurd), sociale isolatie, of hebben simpelweg heimwee. Gelukkig eindigen de meeste verhalen op een positieve noot. Thank god.

Al met al is dit een must-read voor iedereen met een interesse in Noord-Korea. We leren weinig tot niets over de regering en de people in power, maar de focus ligt dan ook helemaal op de lijdensweg die de gemiddelde burger moet doorstaan. Echte kritiekpunten zijn er niet. Ik had graag wat meer foto’s gezien, maar aan de andere kant weet de tekst zo’n helder beeld te scheppen dat extra beeldmateriaal van uit elkaar vallende gebouwen en lang geleden vergane glorie alleen maar deprimerender zou werken. Alsof Nothing To Envy al niet heavy genoeg is. Pf. Na die laatse bladzijde was het weer eens duidelijk hoe luxe mijn bestaan wel niet was, en hoe veel dingen wij als mens als vanzelfsprekend nemen die in andere landen het verschil tussen leven en dood kunnen betekenen. Brr. Gelukkig was daar de lokale radiozender die mijn sombere gedachten even kon onderdrukken. Frans Bauer’s Doom Metal Christmas klonk nog nooit zo goed.

avatar geschreven door op 19 juni 2013

Reageer

Anti-Spam vraag :