0

Pixies – Indie Cindy (2014)

pixiescindy1

Voor het eerst was ik het eens met Wilders. Na mijn eerste luisterbeurt eerder dit jaar van Bagboy, het eerste teken van origineel nieuw werk dat deed vermoeden dat er mogelijk een nieuw album zou volgen van de legendarische Pixies, ging al snel de kreet ‘minder, minder, minder’ door mijn hoofd. Maar helaas. Al snel volgden er 3 vinyl EP’s met de inspirerende titels EP1, EP2 en EP3. En als klap op de vuurpijl verliet bassiste Kim Deal, met haar sexy baspartijen bepalend voor het vertrouwde Pixies geluid, de band ook nog eens. Joh. Zo maakten The Pixies het wel erg makkelijk voor recensenten die niet wilden geloven in een volwaardige terugkeer van de band die maar liefst vijf albums vol mythische anthems voor indie-oddballs produceerde. Nu ligt hij er toch. Met de kinderlijke rijmtitel Indie Cindy, de cd die je wist dat zou komen met alle EP-nummers op een rijtje. Nou hebben Frank Black en kornuiten weliswaar iets met vreemde vrouwennamen (zoals Velouria, Allison, Cecilia Ann), maar Cindy klinkt dan toch wel een tikje gewoontjes naar Pixies maatstaven. Het blijkt typerend voor het verdere album.

What goes snik snotter

Toegegeven, het album gaat de speler met een luidkeels ‘neen, neen, neen’- snikkende recensent die zijn dierbare jeugdhelden niet in een felle review tot digitale as wil afbranden. Maar goed, een nieuw en goed Pixies album zou deze recensent zeker tien jaar een degelijk humeur bezorgen, dus met man en macht werd de snotterdoek terzijde gelegd en getracht Indie Cindy zo objectief mogelijk te beluisteren. En wat blijkt, openingsnummer What Goes Boom doet even vermoeden dat er wellicht nog iets in het vat is achtergebleven nadat de Pixies ons 20 jaar albumloos achterlieten. Joey Santiago laat zijn gitaar ouderwets gieren, terwijl David Lovering hoekig om zich heen drumt, en Black als een speenvarken om zich heen krijst – tot het refrein zich aandient en er gas wordt teruggenomen. De geest van oude nummers als Rock Music waart er even prettig rond. Dan breken er minder vrolijke tijden aan en volgen er middelmatige collegerocknummers die uit de koker van Weezer had kunnen komen, zoals Another Toe In The Ocean of Greens and Blues.

Luie productie

Had producer Gil Norton, die eerder ook aan de knoppen zat bij hun beste platen, misschien iets anders moeten doen? Indie Cindy klinkt hi-fi, mooi en vol. Maar zet Bossanova of Doolittle nog eens op en er mist toch iets hier. Vooral opwinding. Felheid, energie en scherpte. Misschien rocken nummers als Snakes ook wat minder effectief door het toegankelijke albumgeluid? Lieten eerdere Pixies-platen je soms snakkend naar adem achter, nu luistert het album eigenlijk wel prettig weg. Het wringt niet. Het schuurt niet. De nummers en riffs wringen nog steeds wel wat, maar de songs zijn niet puntig genoeg. Het is allemaal niet als vanouds, en we missen ook snel al Black’s speenvarken imitaties regelmatig. Van loud quiet loud naar medium medium medium settings op het mixpaneel. Daar staat tegenover dat een recalcitrant nummer als Bagboy in de refreintjes wel weet te refereren naar Pixies in betere tijden. En, ondanks alle tekorttekomingen, zijn er hoopgevende songs. De onopvallend prettige popsongs Magdalena 318 of Jaime Bravo hadden best op Bossanova kunnen staan, Blue Eyed Hexe is zo stomp en dwars dat hij op Trompe le Monde had gekund, en Indie Cindy zit vol met Pixies-waardige wringende akkoordwisselingen. Zo creatief, zinderend en inspirerend als op hun eerdere meesterwerken is het niet. Niet spannend genoeg. Niet inventief genoeg. Niet gedurfd genoeg. Zelfs in de middelmatige solo-carrière van Frank Black, vallen eigenlijk betere ‘Pixies’-nummers te ontdekken.

Legendarische middelmaat

Aan de andere kant is het wel fijn weer dat sprankje Pixiesglorie door te horen sijpelen, ook al had er meer in gezeten. Was dit het debuut van een nieuwe band, zou het album vast positiever beoordeeld zijn. Maar dit zijn de Pixies. De schrijvers van het onsterfelijke Where is my mind? Van die aanlokkelijk lelijk wringende popsongs waarvan je je afvroeg of nu de gitaren zo hard waren of Black’s vocalen zo door je ruggemerg trokken? Waarop menig tienerfeest ontspoorde wanneer de glazen weer richting het plafond gingen terwijl de menigte het sexy Gigantic meebrulde. Voorheen zetten de Pixies de toon en inspireerden duizenden gitaartjes op zolderkamers om ook een bandje te beginnen. Dat zie ik Indie Cindy niet bereiken. De songs halen het niveau Monkey gone to heaven of Debaser niet bepaald. Dat is even wennen. Ik raak er dan ook niet uit. Wil ik .. Meer, meer, meer? Niet als het niveau zo blijft. Minder, minder, mwoah, neuh. Ik blijf toch stiekem hopen. Meer Velouria, minder Cindy? Minder saaie volwassen berusting, meer, meer ontsporen? In ieder geval minder, minder, minder gemiddeltjes.

avatar geschreven door op 24 juni 2014

Reageer

Anti-Spam vraag :